Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
F.

lo Fatifjue, V. a, tennoei-
Jeu, afmatten.
to Fatten, v. a. %et maken,
mesten.
Fault, 8. fout, misslag.
Favour, gunste gunstbe-
wijs , begunstiging , ge-
nade , dienstvaardigheid.
in bis i'uvour, tot zijn
voordeel.
to Favour , v. a. gunstig
zijn^ begunstigen.
Favourable , a'>j. gunstig.
Favourite , 8. gunsteling ;
adj. bijzonder begunstigd,
geliefkoosd.
Fawn, 8. jong ree, reekalf.
Fear, 8 vrees.
to Fear, v. a. vreezen.
Fearful, adj, bezorgd, be-
vreesd.
Fearlessness, s. onverschrok-
kenheid , onbevreesdheid.
Feast, 8. feest, gastmaal.
Feather, s. veêr.
Feathered, adj. gevederd.
Feature, s. gelaatstrek.
Fee, 8. hetooning.
Feeble, adj. zwak.
* to Feed {imp. I fed) t. a.
et n. 1. voeden\ 2. wei-
den; 3. voedsel tot zich
nemen, vreten.
* to Feel , {imp. en part.
fell) V. a. voelen, ge-
waar worden.
Feeling, 8. gewaarwording,
gevoel.
Feet, plur. van foot,
to Feign , v. a. verdichten ;
to feign oneU self, zich
aanstellen, zich houden.
to Feil, V. a. vellen, doen
vallen , nederhouwen.
Fellow, 8. X. makker, med-'
gezel', 2. (»n do vertrou-
welijke spreekwijs per-
soon van het mannelijk
geslacht, doch met eeni-
ge verachting) , karei ,
knaap, vent.
Fellow-soldier , s, krijgs
makker.
Felon, 8. misdadiger.
Female, X. s. wijfjc{vaneen
dier); 11. adj. vrouwelijk,
to Fence, v. n, vechten.
to Ferment, n. gisten.
Ferocity , s. wildheid ,
ruwheid.
Fervently, adv. dringend,
vuriglijk.
Festival, s. feest, plegtigê
dag, feestdag.
to Fetch, V. a. halen»
Fever, 8. koorts.
Few, adj. weinig; a few,
eenige.
Fickle , adj. onbestendig ,
wankelmotdig,
Fiction , 8. verdichting.
Fidelity, 8. trouw, eerlijk'
he id.
Fie, 8. foei.
Field, 8. \,veld;2 veldtogt.
Fierce, adj. grimmig^ woe-
dend, hevig, onstuimig.
Fierceness , s. wildheid ,
woede, hevigheid.
Fiery, adj. vurig.
Fifteen, adj. vijftien.
Fifty, adj. vijftig.
* to Fight, v. n. et a.
vochten, strijden.
Figure, 8. 1. figuur, ge-
daante*, 2. gewigt, aan-
zien.
to Fill, v. a. vullen, ver-
vullen , vol maken; lo
fill up, to! maken, aan-
vullen,
* to Find (imp. en part.