Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
E.
217
Expedition, a. 1. togt; 2.
afzending.
Expense , s. uitgave , on-
kosten.
Expensive « adj. kostbaar.
to Experience, v. a.
ren , nit ervaring weten j
2, beproeven.
Experienced, adj. ervaren.
Experiment, ^.proefneming.
Expiation, s. boete, boeiing.
Expiration, s. afloop.
to Expire, v. n. 1. uitade-
men; 2. sterven.
to Explain , v, a. verklaren ,
duidelijk maken, uit el-
kander setten.
Exploit, s. gewtgtige daad,
gelukkige onderneming.
to Expose, v. a. 1. uitstal-
len, ten toon stellen; 2»
ter beschaming, ten spot
overgeven, bloot stellen.
to Expound, v. a. verkla-
ren, duidelijk maken.
Express, adj. uitdrukkelijk,
duidelijk.
to Express, v. a. uitdruk-
ken , uiten.
Expression, s. uitdrukking.
Exquisite, adj, uitgelezen,
voortreffelijk , uitmun-
tend, keurig, heerlijk.
to Extend , v, a. uitstrek-
ken ^ uitbreiden; 2. zich
uitstrekken.
Extensive, adj. uitgestrekt.
Extent, 8. omvang, uitge-
breidheid ^ uitgestrektheid.
to Extinguish , v. a. uitdem-
pen , uitblusschen , uit-
dooven.
Extract, 8. uittreksel.
Extraordinary, adj. buiten-
gewoon , buitengemeen ,
ongejneen.
Extravagancy t s. buitenspo-
righeid, verkwisting.
Extravagant , adj. buiten-
sporig, verkwistend.
Extreme, adj. zeergroot.
Extremely, adv. zeer, ten
hoogste.
Extremity, a. 1. uiterste,
hoogste graad; 2. groote
verlegenheid.
to Exult, v, n. juichen.
Exultation, s. verrukking.
Eye, 8. oog. '
to Eye, v, a, aanzien, hc-
sc houw en.
Eyelid, s, ooglid..
F.
Fable, s. fabel.
Face, 8. gezigt, aangezigt^
Facetious , adj. geestig ,
schertsend, luimig.
Fact, 8. handeling, daad;
in fact , in der daad,
waarlijk.
Faction, 8. factie, partij
(in den staat).
Factor, 8. factoor, (die in
handelszaken de plaats
van den koopman be-
. kleedt).
Faculty, s. bekwaamheid.
to Fail , v. n. 1. ontbre-
ken; 2. in gebreke blij^
ven y missen y zijW pligi
of belofte niet vervullen,
té kort schieten ; 3. mis-
lukken.
Fain., adv. gaarne.
Faint, adj. mat, krachte-
loos.
to Faint, V. n. bezwijmen ^
in flaauwie vallen.
Fair, adj. 1. schoon; 2regt"
schapen, billijk, eerlijk,
16