Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
216
E.
one , een ieder, ieder;
every, thing, alles.
Evidence, a. 1. oogenschiju'
lijk heid , onloochenbaar-
heids, 2. bexcijs, getuige-
nis , verklaring ;3.getuige.
Etü , adj. kwaad, slim,
erg,
Evii, 8. kicnad, ellende,
kwaal, ramp.
to Exact , t. a. [als een^
pligt) vorderen.
Exact, adj. naauwkeurig.
ExactJy, adv. naauwkeurig.
Exactness, 8. naauwkeurig-
heid.
to Exalt, V. a. verheffen.
Examination, 8. 1. toetsing-,
2. verhoor,
to Examine, v. a. onderzoe-
ken , toetsen.
Example, s. voorbeeld,
to Exasperate, v« a. verbit-
teren.
Exceedingly , adv. onge^
meen, buiten mate.
to Excel, v. a. uitmunten ,
overtreffen.
Excellence , s. voortreffe-
lijkheid.
Excellent, adj. voortrüffelijk.
Except, adv. et prep. uitge-
zonderd, behalve.
to Except, y, A. uitzonderen.
Excepting, prrp. uitgezon-
derd.
Excess, 8. 1. overmaat \ (o
excess, buitensporig', 2.
onmatigheid.
Excessive, adj. buitentporig.
Excessively, adv. ongemeen,
4o Exchange , v. a. ruilen ,
verruilen,
Exchange, 8. ruiling-, bill
of exchange, wissel.
'to Excite, T. a. verwekkefi.
to Exclaim, v. n. uitroe-
pen , uitschreeuwen.
Exclamation , s. uitroep.
Exclusion, s. uitsluiting.
to Excuse, v. a. veront-
schuldigen.
Excuse, 8. verontschuldiging.
Execrable , adj. afschuwe-
lijk , vervloekt.
Execration, 8. verwensching,
vervloeking.
to Execute, v. voltrek-
ken-, 2, met den dood straf-
fen, regten.
Execution, s. uitvoering-,
2. strafoefening; place of
execution, strafplaats.
Executioner, s. scherpregter.
Executor, s. voltrekker van
eenen laatsten wil, exe-
cuteur'.
Exercise, a. 1. oefening-, 2.
werk,
lo Exert, v. a. I. volbren-
gen ; 2. {met tjver) ge-
bruiken ; 3. inspannen.
to Exhaust, v. a. uitputten,
to Exhibit, v. a. vertoonen
{een tooneelstuk).
Exile, 8. verbanning.
to Exist, v. n. aanwezig
zijn, bestaan.
Existence, s. aanwezen, be-
staan,
to Expatiate, v. n. zich met
woorden wijdloopig over
iets uitlaten, uitwijden,
to Expand, v. a. uitbreiden^
uitspannen, uitzetten,
to Expect, v. a. verwachten.
Expectation, s. verwachting.
Expediency, 8. doelmatigheid.
Expedient, I. 8. {geschikt)
middel', II. adj./^as^eticf« ,
doelmatig,ge8ehikt, raad-
zaam.