Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
D.
Ill
Don't, in plants vandouot.
Door, B. deur.
Double, adj. dubbel.
10 Double, y. a. verdubbelen.
Doubt, 8. ixcijfeling; no
doubt, buiten twijfel.
to Doubt, V. a. et n. twij-
felen .
Doubtful, adj. Ï. onzeker,
twijfelachtig; 2. onzeker,
iiug onbeslist.
Doubtless, adv. buiten twijfel.
Dowager, s. douairière, {ee-
ne weduwe van aanzien),
Down, I.) adv. neder, naar
beneden; up and down , op
en neder, heen en weder;
11.) ppep. als: down the
current, den stroom af,
beneden aan den stroom.
Down, 8. dons, {de zachtste
veren).
to Drag, V. a. trekken , slepen,
Dratight, s. 1. trekken; 2.
teug, slokje; 3. wissel,
aanwijzing ter betalifig.
to Draw , {imp. drew. part.
drawn) v. a. et n. 1. trek-
ken; to draw lots, loten;
2. zich slepen, zich lang-
zaam voortbewegen', to
draw nearer, langzaamna-
der komen-, to draw on
veroorzaken j 3. naderen ;
to draw up, in slagorde
scharen.
Drawing-room, asscmblee-
• zaal aan het hof, visite-
kamer.
Dread, s. schrik.
to Dread, v. a. vreezen,
schrik , vrees gevoelen.
Dreadful, verschrikkelijk.
Dreadfully, adv. schrikkelijk.
Dream, 9. droom.
Drcss, 8. kleediug.
to Dress, v. a. 1. {over hst
algemeen:) de behoorlijke
toebereiding geven; 2.
{spijs) bereiden, in ge»
rcedheid brengen; 3. klaar
maken, bekleeden , klee-»
den ; 4. to dress a wound,
eene wond verbinden.
to Drink , v. a et n. 1. {imp,
drank) drinken, 2. zitten
te drinken.
Drinking, s. drinken.
* to Drive, v. a. et n. I.
drijven , wegjagen ; 2.
zich geweldig, met onstui^
migheid bewegen; 3. rij-
den ; 4. tot iets dwingen,
noodzaken.
Driver, drijver\ 2. rijder.
Drollery, s. vrolijkheid, grap»
Dromedary, 8. dromedaris,
{eene soort van kameelen).
to Drop , v.a. et n. 1. in drup'
pels nedervallen; 2. ne-
dervallen; 3. laten vallen,
laten varen ^ verlaten.
Drove , 8. kudde , zwerm,
to Drown, v. a. 1. verdrin-
ken; 2. verdoote7\.
Drudgery , s. zware, gerin-
ge arbeid, slaafsch werk.
Drunk , adj. beschonken ,
door den drank beneveld.
Drunken , adj. aan den drank
verslaafd, zuiperig.
Drunkenness, s. dronkenheid.
Dry, adj. droog, dor.
Dry-nurse, s. 1. kindermeid,
2. spot- en schertsc7ider
wijze , in plaats van :
gouverneur.
Dubious, adj. twijfelachtig»
Ducat, 8. dukaat.
Due, 8. {Fransch in plaats
van het Engelsche Duke);
hertog.
t ■