Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
D.
ftierken des voorregts af-
zonderen.
Distinguished, adj. uitste-
hend.
to Distract, v. a. verlegen
inaken, razend maken ,
iemand van zijne zinnen
berooven.
Distracted, adj. buiten zich
zeiven, radeloos.
Distress, s. 1. ongeluk, te-
genspoed; 2. droefheid,
kommer, ellende, nood.
to Distress, v. a. kommer
veroorzaken, bekommeren,
ongelukkig maken.
to Distrust, V. a. niet ver-
trouwen , wantrouwen,
mistrouwen.
Distrustful, adj. wantroutcig.
to Disturb, v. a. ontrusten,
verwarren; to disturb the
water, het water troebel
maken.
Disturbance , ». sioornii.
to Dive, V. n. 1. duiken,
onderduiken; 2. diep in
eene zaak indringen.
Diversion, s. verstrooijing
des gemoeds, tijdverdrijf.
to Divert, v. a. et n. ver-
vrolijken, vermaken.
to Divido, V. a. 1. deelen;
2. oneenig maken; divi-
ded, oneens, besluiteloos;
3. zich verdeelcn, ver-
strooien , oneens worden.
Divine, adj. goddelijk; di-
vine service, godsdienst.
Division , s. afäeeling.
* to Do, T. a. et n. (imp,
did, part, done) 1. doen,
maken; 2. zich bevinden;
how do you do? hoe be-
vindt giju*^ hoe vaartgij^
3. aangaan, bruikbaar
zijn; it would not do, het
wilde niet gaan; will this
do ? zal het nu gaan ? 4.
to do without, doen zon-
der, ontberen; 5. zeer
dikwijls wordt dit do ook
alseen hulptooordgebruikt,
om elk werkwoord daar-
mede ie vervoegen. Hij-
zonder Qcschiedt dit bij
vragen cn bij ontkennin-
gen; I do not think, ik
geloof niet; do you be-
lieve? gelooft gij?
Docile, adj. leerzaam.
Docility, s. leerzaamheid.
Doek, s. dok {eene plaats
in eene haven, om sche-
pen te vertimmeren of ie
bewaren).
Dockyard, s. dok, timmer-
werfvoorschepen, scheeps-
werf.
Doctor, s. 1. doctor, {de
hoogste Akademische waar-
digheid in elke faculteit);
2. doctor, (aanspraak aan
eenen geestelijke,) domino.
Doctrine, s. leer.
Dog, s. hond.
Doin^, s. doen, handelen.
Dollar, s. daalder.
Domestic, bediende, huis-
genoot, ■
Dominion, s. 1. heerschap-
pij} 2. gebied, provincie,
Domitian , s. Domitiaan ,
{een wegens zijne wreed-
heid bekende Keizer der
eerste eeuwen, de broe-
der van Tiius en zijn op-
volger).
Donation, s. schenking.
Done, part. van to do, ge-
daan , geschied; have
done! houd op;