Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
c.
203
staan Aomèn; to cost dear,
duur te staan komen.
Costly, adv. duur, kostdaar.
Cottage, s. klein huis, hut.
Coltage-window, s. renster
eener hut.
Couch, s. rustbed.
Could , {imperf. van I can)
konde.
Council, s. raadsvergade-
ring.
Counsel, s. raad.
Counsellor, s. raadgever;
raadsheer.
to Count, ▼ a. et n. tellen;
rekenen»
Countenance, s. 1. gemoeds-
rust, tegenwoordigheid van
geest; out of countenance,
in drift , in verwar-
ring; quite out of coun-
tenance, geheel verlegen;
2. gelaatstrek, gelaat,
{voornamelijk een) gerust
gelaat,
to Countenance, v. a. on-
dersteunen , beschermen,
to Counterfeit, v. a- nama-
ken, nabootsen \ huichelen.
Country, s. I. land; 2.
land, in tegenstelling van
stad; country-mouse, land-
muts, veldmuis, dorps-
muis; country - people,
landlieden; 3. vaderland.
Country-friend, s. lande-
lijke vriendin.
Countryman, ^A,landman:
2. landsman.
Country-seat, 8. landgoed,
buiten.
Country-town, s. landstad.
Couple, 8, paar.
Courage, 9.moed, dapperheid.
Courageous, adj. moedig,
dapper.
Course, s. X.loop; 2.rceks\
3. volgreeks; of course,
getolgelijk, natuurlijker
wijze; 4. gedrag: lewd
course« , losbandigheid j
course of life , levensloop.
Court, 8. 1. hof {van een"
Vorst)', 2. geregtshof.
Courtier, 8. hoveling.
Cousin, 8. {kind van oom
of tante) neef; nicht.
Cover, s, 1. dek, kleed; 2,
couvert , {een bord met
servet, enz.)
to Cover, V. a. 1. bedekken;
2. beschermen, verzeke-
ren I to cover up, dekken.
Covetous, adj. gierig.
Cow, s. koe.
Cowardice, s. lafheid.
Cowardly, adj. et adv. laf,
versaagd.
Cradle, s. wieg.
Crane, s. kraanvogel,
to Crawl, 8. kruipen.
Cream, 8. room (van de melk),
to Create, v. a. scheppen,
voortbrengen.
Creator, s. schepper.
Creature, s. schepsel, dier.
Credible, adj. geloofwaar-
dig, geloofelijk.
Credit, crediet, eer, aan-
zien.
Creditor, s. crediteur, schuld-
eischer, (iemand die geld
aan ons te goed heeft).
Credulity, s. ligtgeloovig-
heid.
Creed , s. geloofsbelijdenis.
Creek, s. kleine zeeëngte^
bogt, kreek.
to Creep, v. n. 1. kruipen;
2, digt bij den grond
groeijen.
Crevice, s. spleet, ssheur.