Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
B.
Bone, 8. heen, hot, hnooh.
Bone-house, s, beenderhuis,
knekelhuis.
Bonnet, s. niuts^ hoed.
Booby, 8. botterik, domoor.
Book, 8. bock.
Boot, laars.
Booly , s buit.
Border, 1. rand; Z. oever,
kust.
Bore, impcrf. van bear,
dragen.
Bom, part. geboren.
Borougb-town, s. burgt, vlek.
to Borrow, v. a. borgen,
leencn.
Bosom , 8. boezem, borst.
Both,adj. both..,
and, zoo wel, .. als ook.
Bottle , 8. jlesch.
Bottom, 8. bodem, grond.
Bough, s. tak,
Boutid , part, {naar ccne
plaats) bestemd.
Boundless , adj. grenzeloos,
vnhepaald, onbegrensd.
Bounty, 8, milddadigheid.
to Bow , V. n. nijgen, buigen.
Bow , 8. {spreekhoo), buiging.
Bow, 8. {spreek bou) boog.
Bowman, s. boogschutter.
Box, s.l.rfoos; zitplaats,
loge.
Boy, 8. knaap, ji)ngeling,
jongen.
to Brag, V.'n. pralen, snoeven.
Brain, 8. hersenen, brein.
Bramble , 8. braamstruik ,
struik.
Branch, 8. iak,
branching, adj. in takken
verdeeld; branching head ,
-gewigt van een hert, ge^
takt hoofd.
IB rave, adj. 1. braaf, dap-
per; 2. regt&chapen.
Bravely, udv. dapper^
braaf, regtschapen.
to Bray, v. n. balken.
Breach, s, breuk, overtreding.
Bread, s. brood.
Breadth, s. breedte.
* to Break , {imp. htokepart.
broken) v, a. etn. l.èrc-
ken; 2. afbreken, vernie-
len; 3. verzwakken, ont-
zemiwc-^; to break down,
ajbreken, aftrekken; to
break in, eene inbreuk {oji
iets) doen; to break out,
uitbreken.
Breakfast, s. ontbijt.
to Breakfast, v. n. ontbijten.
Breakfasting, s. ontbijt.
Breast, s. borst.
Breath , a. adem.
Breathless , adj. ademloos,
buiten adem.
Bred, part, van to Breed.
Breech, s. achterste, aars,
* to Breed, v. a. I. telen, voort-
. planten; 2. (up) opvoeden.
Breeding, s. 1. opvoeding,
ondertoijs; 2. leefwijs.
Brethren , pUir. ranbrbther,
broeders (eens genooi-
schaps, eni.).
to Bribe, v. a, omkoopen.
Bride, s. bruid.
Bridegroom, s. bruidegom.
Bridge, s. brug.
Bridle, 8. toom.
Bright, adj./teWcr, schitte-
rend.
Brightness, s.. glans.
* to Bring, (imp. en part,
brought) V. a. I, brengen; 2,
voor het ger egt brengen', to
bring off, uithelpen, red-
den', ook: brengen ; to
bring over, overbrengen,
overhalen-^ to bring 4ip,