Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
B.
191
nieltjke luiddelm iemand
eenig) kwaad toevoegen.
to Betroth, v. a. verloven.
Better, adj. (comp. van
good en well) beter.
Between , Betwixt , prep.
tusschen.
to Beware, v. n. zich wach-
ten, zich in acht nemen.
Beyond, prep. I. aan gtne
zijde van ; 2. buiten den
werkkring.
" to Bid, {imp. hnde, part.
hid,) v. a, 1. bieden; 2.
hidden, uHnoodigen; 3. be-
velen; 4. (iy wijze van groet)
toexcenschcn; lo bid fare-
well , vaartccl zeggen,
afscheid nemen.
Big, adj. groot, dik, sterk.
Bill, 8. 1. bek; 2. beschreven
stuk papier, briefje; 3.
rekening.
* to Bind, {imp. en part.
bound) V. a. 1. binden,
kluisteren; 2. verpligten.
Bird , 8. vogel.
Birth, 8. geboorte.
Bishop, 8. bisschop.
Bit, 8. beet.
* to Bite {imp. en part, bit)
V. a. bijten.
Bitter, adj. 1. hitter; 2.
onvriendelijk.
Bitterness, s. bitterheid.
Black, adj. zwart.
Black*robed, adj. zwart ge-
kleed; black-robed gentry
zwartrokken,.
Blacksmith, 8. hoefsmid,
to Blame, a. berispen.
Blandishment, s. liefkozing.
Blast, ft, rukwind.
Blasted, adj. verdord,
* to Bleed, y, n, I.) bloeden
II.) a. aderlaten.
Blemish, a. vlek,
to Bless, v. a. zegenen.
Blessing, 8. zegen.
to Blink, v. n. knipoogen.
Block, s. blok {hottt).
Blockhead, s. domkop, bot-
terik.
Blood, 8. bloed.
Bloody, adj, 1. bloedig; 2.
bloeddorstig.
lo Bloom, v. n. bloeijen,
to Blossom, v. n. bloeijen.
Blossom, 8. bloesem,
to Blow, I.)v. a. \ , blazen ; 2,
zwaaijen; II) v. n, waaijen.
Blow, 8. slag, stoot.
Blunt, adj. l'siomp;2. een-
voudig, dom.
Blush, 8. blos; covered with
bhishes, blozende,
to Blush , v. n. blozen ,
schaamrood worden.
Board , 8. 1, boord, {van een
schip); on board, aan
boord; 2. tafel.
to Boast, v. n. et a. 1. zich
beroemen, pogchen, snoe-
ven, pralen; 2. verheffen,
prijzen.
Boat, 8. boot.
Bodily, adj. ligchamelijk.
Body , 8.1. ligchaam; 2.per-»
«oon; any body, tcwfl«rf;no
body, nietnand; 3. de tot
een ligchaam vereenigdo
menigte; corps troepen,
Bohemia, 8. Boheme.
to Boil, v. n. koken, braden.
Boisterous, adj. onstuimig,
geweldig, woest.
Boldly , adv. koen, stout-
moedig.
Bond, 8. band, kluister; bonds,
banden, gevangenis.
Bondage, •• gevangenis, sla-
vernij.