Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
B.
189
Banker, i. bankier.
Bankiiipt, s. bankeroetier.
Banquet, 8. gastmaal.
Bar, 8. 1. hek; 2. [deinoene
regtsaal afgesloteneplaats,
waar zich de regter be-
vindt y) balie.
Barbadian, ailj. Barbadisch,
(uit het eiland Barbados).
Barbados», s. Barbados^ (een
Engelsch eiland in de
Westindicn).
Barbarian , 8. barbaar.
Barbarism, s. barhaarschheid^
wildheid y onbeschaafdheid.
Barbarity, s. wreedheid.
Barbarous, adj. I. wild, ruw;
2. onmenschelijk, wreed.
Barbarously , adv, wreed ,
'wreedaardig.
Barber, s. barbier, baard-
scheerder.
Barcelona , s. Barcelona,
(eene stad in Spa7ije\,
Bare, adj. «aaA:^; bare-loot-
ed, blootsvoets.
Bargain, s. handel, koop; into
the bargain,oyj^/e» koop toe.
to Bark, v. n. blaffen.
Barking, s. blaffen, geblaf.
Barley, s. garst, gerst.
Barn, s. schuur.
Barrel, s. vat.
Barren, adj. onvruchtbaar.
Base, adj. laag, verachte-
lijk.
Baseness, 8. laagheid,
Bason, s. bekken.
Bassora, s. Bassora of Basra,
(eene groote stad, in Azi-
atisch Turkije, aan den
Euphraat, of veeleer aan
de vereeniging van den
Euphraat en den Tiger),
Bat, 8. vleêrmuis.
Batalion, s. bataljon,'
Bath, i. Bath, (eene bekende
stad en badplaats in En-^
geland),
to Bathe, v. a, et n. badev^
Battle, s. veldslag.
Bavarian, adj. Beijcrsch; X\iQ
Bavarian war, de Beijer-
sche oorlog.
Bay, 8. baai, kleine inham»
* to Be, v. n. I. zijn; 2. gevolgd
van de onbep. wijs eens
werkwoords, be teekent i\\\-
len, moeten o/kunnen j this
measure was to terminate
in his ruin, deze maatre-
gel moest in zijnen on-
dergang eindigen; 3.
volgd door het teg. deelw»
eens werkwoords, als:
1 am using, ik gebruik;
4. gevolgd van een verl,
deelw. (en soms van het te-
genw. deelw. eens fl.)
worden; 1 am loved ik
word bemind; the house is
buildin», het huis wordt
gebouwd.
Bead , s. koraal.
Beak , s. bek , neb.
Beam, s. 1. balk; 2. lichi-^
straal.
Bear, s. beer.
*toBear, v,a.l.(imp. hore,
part. borne) dragen, hou^
* den;*l. hebben, bezitten;io
know what estimation he
bore , om te weten, welka
achting hij bezat, in wel-
ke achting hij stond; 3»
verdragen, verduren.
Bearer, s. brenger.
Beast, 8. (redeloos) dier,
* to Beat, V. a. slaan.
Beaver, 8. bever.
Beautiful, adj. schoon»
Beauty, 8« schoonheid.