Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
.A.
181
io Accost» T. a. aansprC'
ken.
Account, rekening y re"
ken8chap\ 2. berigt ^ ver-
haal; 3. reden y oorzaak:
on account of his experi-
ence , uit hoofde van zijno
ondervinding; on thy ac-
. count, om uwentioil ^ te
utccn gevalle \ on that ac
count, in dat opzigt, om
die reden.
Accurate, adj. ^aoutr^eurt^,
juist.-
Accusation , s. aanklagt, he-
schiildiging,
to Accuse, Y, a, aanklagen f
beschuldigen.
Accuser, s. aanklagery he^
schuldiger.
Accustomed , adj. ]. gewoon y
gewend; 2. gewoon.
to Ache, T.n. {leeseek^) smart
gevoelen', an aching heart,
een bekommerd hart,
to Achieve, v. a. voleinden»
Achieyement, s. groote of
. roemvolle daad.
Achilles, s. Achilles^ (de be-
roemdste Grieksche heldin
den Trojaanschen oorlog),
to Acknowledge, v. a. erken-
nen, toestemmdn.
Acknowledgement, s. erken-
telijkheid,
to Acquaint, v. a. (metiets)
hekend maken; to be ac-
quainted with , bekend
zijn met.
Acquaintance, s. kennis,
to Acquiesce, t. zich iets
. laten welgevallen.
Acquiescence, s. (stilzwij-
gende) goedkeuring.
to Acquire, v. a. vervjcrven,
verkrijgen.
Acquisition, s. 1. verwer-
ven ; 2. verkregene kun-
digheid,
to Af^quit, T. a. bevrijden,
vrijspreken ; to acquit
one's self, ztch kwijten.
Acre, 8. morgen (lands).
Across, I.)adv. dujor«, over-
dwars J II.) prep, dwars
over , over,
to Act, y.n. handeleny zich
gedragen.
Act, s. 1. daady handeling;
2. bedrijf (in een too-
neelspel).
Action , s. 1. daads 2. regis-
zaaky proces,
Actium, s. naam van een* uit-
hoek in Griekenland^ V)aar
Antonius door Octavius
overwonnen werd.
Active, adj. werkzaam.
Activity, s. werkzaamheid.
Acute, 8. I. spits t puntig f
scherp;^,(van smart)hevig»
to Adapt, V. a. (naar gelang
eener zaak) inrigten,
to Add, T. a. bijvoegen.
to Addict, V. a. overgeven^
Addition , s. vermeerdering ^
bijvoegsel.
Additional, adj. bijkomend f
bijgevoegd.
Address, s. 1. aanspraak^
(mondeling of schriftelijk);
2. smeekschrift; 3. uiter-
lijk gedrag (iw gezelschap);
bekwaamheid,
to Address, y, a. I. zich tot
iemand wenden; 2. aan-
spreken. j
Adieu, int. vaarwel.
Adjacent, adj. omliggend»
Adjoining, adj. aangren-
zend^ belendend,
to Adjudge, V. a. uit*