Boekgegevens
Titel: De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Deel: No. 2
Auteur: Evers, A.
Uitgave: Kampen: G.Ph. Zalsman, 1894
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3682
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200575
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
II. Schrijf in enkelvoud:
wij branden, wij stappen, wij hengelen, wij hoesten,
vsij gaan, wij kregen, wij waren, wij stonden, wij
konden.
III. Vertel nu eens wat er gebeurde, toen Dina het
schaaltje oplichtte.
18. De vrek.
venljes buiten het dorp woonde de oude
wever. Als ge echter meent, dat de man
dagelijks aan zijn weefstoel zat, dan hebt
ge het mis. In vroeger dagen had hij dat wel
gedaan. Toen hij nog gezond en krachtig en vlug
ter been was, stond hij 's morgens vroeg op. Na-
dat hij dan een kopje koffie had gebruikt, plaatste
hij zich in zijn werkplaats aan het weefgetouw. Rikketik,
rikketik, zoo ging het dan den geheelen dag, en de spoel
vloog duizenden malen heen en weer. Was er een stuk lin-
nen afgeweven, dan beurde de man er zijn geld voor, en
ruimschoots kon hij daarvan leven. Gij moet weten, dat onze
wever nooit getrouwd is geweest.
Maar sedert eenige jaren stond nu het weefgetouw al stil.
De wever was oud en zwak geworden en zijn dagelijkschen
arbeid kon hij niet meer verrichten. Wat hij dan deed ?
Hü deed voor sommige menschen wel eens boodschappen.