Boekgegevens
Titel: De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Deel: No. 2
Auteur: Evers, A.
Uitgave: Kampen: G.Ph. Zalsman, 1894
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3682
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200575
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
herinneren, dat ik tegen u zeide : „de plak doet zeer," toen
ik weer op mijn plaata ging zitten.
— „Ja, dat herinner ik mij nog heel goed," was 't ant-
woord. „Wel, wel, waart gij die jongen ? Dan zal ik trach-
ten u zooveel goed te doen, als ik kan."
Den volgenden dag ging hij op reis. Drie dagen later
kwam hij terug.
— „Ik ben," zoo sprak hij nu den gevangene aan, „naar
den bestuurder van het land geweest. Ik heb hem zeer drin-
gend verzocht of ik u los mocht laten. Dat heeft hij mij
toegestaan. Ik zou u eigenlijk moeten strafifen, maar ik schenk
u de vrijheid om hetgeen ge vroeger aan mij gedaan hebt."
OPGAVEN.
I. Hoe kunt ge het volgende anders zeggen?
1. Er kwam een binnenlandsche oorlog.
2. Hij vocht voor den bestuurder van het land.
3. De vijandelijke soldaten grepen hem.
4. Zij brachten hem bij hun opperhoofd.
5. De heer wilde niet gestoord worden.
ü. Hij zou hem in 't verhoor nemen.
7. De heer des huizes sprak.
II. Vechten — ik vecht, ik heb gevochten.
Ga zoo voort met de volgende woorden :
dragen, nemen, brengen, praten, zitten, storen, ver-
tellen, spreken, vallen, grypen.
in. Wanneer noemt men een verhaal leugenachtig?
, n „ „ japon groenachtig?
B K „ „ grond steenachtig?
„ „ „ „ mei^e vitachtig?
, „ „ „ vrouw praatachtig?
2*