Boekgegevens
Titel: De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Deel: No. 2
Auteur: Evers, A.
Uitgave: Kampen: G.Ph. Zalsman, 1894
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3682
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200575
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
15. Vervolg.
Mn het land, waar dit gebeurde, kwam later een binnen-
landsche oorlog. De beide schooljongens waren groot gewor-
den en vochten ook dapper mee. De een vocht voor den
bestuurder van het land en de ander er tegen. Zoo gebeurde
het, dat de jongeling, die in zijn jeugd de straf met de plak
voor een ander gedragen had, in den krijg gevangen genomen
werd. Hij werd door de vijandelijke soldaten bij hun opperhoofd
gebracht. Deze zat met vele vrienden in zijn kamer rondom
het vuur te praten. Er was een feest. De gevangene werd
binnen gebracht. In een hoek kon hij gaan zitten. De gast-
heer wilde in de feestvreugde niet gestoord zijn. Later zou
hij den gevangene wel eens in 't verhoor nemen.
— „Ik zal u eens wat vertellen," sprak nu de heer des
huizes tegen zijn vrienden, die bij hem waren. ,.Toen ik
nog naar school ging, heeft een andere jongen eens straf
gehad in mijn plaats. Ik was zeer zwak en viel op een
warmen middag in slaap. Toen greep ik bij ongeluk, terwijl
ik viel, aan het gordijn, zoodat er een groote scheur in kwam.
Ik moest toen wat met de plak hebben, maar een andere,
groote, sterke jongen riep : „sla hem niet; ik ben de schul-
dige." Hij kreeg toen harde slagen met de plak op de hand."
Toen de gastheer dit verteld had, sprak de gevangene : „Hebt
ge dien jongen later nog wel eens teruggezien, mijnheer?"
— „Neen," zei de andere. „Ik verUet spoedig daarna de
school, en ik heb nooit vernomen, wat er van mijn bevrijder
geworden is, maar als ik hem nog eens weder ontmoette, zou ik
den braven jongen gaarne beloonen voor zijn edelmoedig hart."
Nu stond de gevangene op.
— „Ik was die jongen," sprak hij. „Kunt gij u nog wel