Boekgegevens
Titel: De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Deel: No. 2
Auteur: Evers, A.
Uitgave: Kampen: G.Ph. Zalsman, 1894
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3682
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200575
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De speeldoos: leesboekje voor de Christelijke school
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
nemen aan ons poesje, want sommige kinders hebben al
heel weinig geduld. Als zij een schrift schrijven, is de
laatste regel soms lang zoo mooi niet als de eerste. Pas op,
jongens en meisjes, dat een dier u niet beschaamd maakt.
Misschien vertel ik u later nog wel eens weer wat van
de poes. Er is nog heel wat van te zeggen.
OPGAVEN.
I. 1. Wat is aan de poes zwart? 2. Wat is aan de
poes wit? 3. Hoe is haar poot? 4. Wat heeft zij
aan den poot? 5. Wat doet zij daarmee? 6. Wat
lust poes graag? 7. Welke slechte eigenschap heeft
poes ? 8. Welke goede eigenschap heeft zij ? 9. Wie
kunnen een voorbeeld aan de poes nemen?
II. Schrijf de les aldus op :
Yondt ge onze poes niet een mooi dier ? Haar
zachte haar glom enz. tot: Kijk ! nu wordt.....
ni. Die lui is, noemt men een luiaard.
Hoe noemt men nu iemand, die gulzig is, die
veinst, die rijk is, die wreed is, die lomp is.
14. Het gescheurde gordijn.
ÏJ^l iemand mag aan dat gordijn komen," sprak de
meester. „Onthoudt dat goed kinders. Trekt er niet aan,
want dan zoudt ge er licht een scheur in kunnen maken.
Ook moogt ge er niet eventjes aanraken. Die aan dat gordijn
trekt, al is 't ook maar eventjes, zal ik moeten straffen."
De leerlingen hadden het goed begrepen, en zorgden wel
dat zij niet aan het gordijn trokken. Zij wilden den onder-