Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
verrassing. Op een sierlijk mandje ligt eene kunstig uit hout gesneden
hen met uitgespreide vleugels, alsof ze op hare eieren zat te broeden.
En waarlijk uit het fijne stroo, waarmede de mand gevuld is, halen
de slaven eene menigte pauweneieren. De gastheer verwittigt ons
lachende, dat we wel voorzichtig mogen zijn met de eieren: als de hen
er zoo lang op gezeten heeft, konden er weieens jonge vogeltjes in
zitten. En als we de schaal verbroken hebben, leggen we ook met
afkeer ons ei weer weg; want wat de gastheer vermoedde, blijkt waar
te zijn. Maar hij verzoekt ons goed toe te kijken en nu merken we,
dat de schaal door den kok van deeg is gemaakt en dat de vogeltjes,
die er in opgesloten waren, lekker toebereide lijsters zijn. We zijn nu
niet vies meer en reppen dapper onzen mond. Onderwijl begeleiden de
muzikanten, die zich aan het einde der zaal bevinden, ons met hunne
instrumenten. Nadat we onze zonderlinge eieren verorberd hebben,
komen de slaven de tafel afnemen en schoonmaken en krijgen we in
kostelijke bekkens water, om onze handen te wasschen. Daarop brengt
men wijn binnen, dien wij ook evenals bij de Grieken met water of
sneeuw vermengd zullen drinken. ■
Maar de maaltijd is nog niet afgeloopen. Op nieuw worden door eenige
slaven verschillende gerechten binnengebracht. Dat valt tegen! Eerst
zooveel lekkers en nu zulke alledaagsche spijzen! Om eene groote
graszode, waarop eene schijf honig ligt, staan verscheidene kleine scho-
teltjes met spijzen, die anders slechts voorkomen op de tafel van den
kleinen burgerman: erwten, bakvischjes, brood.... Maar 't is zeker
weer eene aardigheid van den gastheer. Want op een gegeven teeken
heffen de slaven het geheel, dat slechts als deksel dienst deed, op en
eene menigte schotels lachen ons toe, waarop de fijnste gerechten tot
eten uitnoodigen. Tortelduiven en kapoenen, barbeelen en zeebot, en
in 't midden een vetgemeste haas. Nadat een afzonderlijk daarvoor
aangewezen persoon alles voorgesneden heeft, kunnen wij toetasten.
Maar eet niet te veel; want er komt nog meer. Zie, daar brengt men
een wild zwijn binnen, dat omringd is door speenvarkentjes, die
de kunstige bakker heel natuurlijk van deeg heeft gekneed, en aan
zijne slagtanden hangen korfjes, van palmtakken gevlochten en gevuld
met dadels. En als we van alles een weinig geproefd hebben, wordt op