Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
schillende voorwaarden voldaan zijn. Zoo moest de veldheer onderanderen
door eenen eed bevestigen, dat er minstens 5000 vijanden in éénen
slag gesneuveld waren. Ook moest de oorlog geëindigd zijn. Eene over-
winning , in een' burgeroorlog behaald, gaf geen recht op een' zegetocht.
Maar van die bepaling is men weieens afgeweken.
Op den dag, die daarvoor bestemd was, trok de overwinnaar aan
de spits van zijn leger de hoofdstad binnen. De stoet begaf zich langs
den weg, dien ik u vroeger reeds genoemd heb, naar het Forum en
vervolgens naar den tempel van Ju pi ter op het Capitool. Soms
was de trein zoo lang, dat de zegetocht twee of drie dagen duurde.
Voorop gingen eenige muzikanten; dan volgden verschillende wagens,
waarop de behaalde buit was uitgestald. Van afstand tot afstand zag
men menschen, die groote borden droegen; daarop stonden geschreven
de veldslagen, die de veldheer had gewonnen, de veroverde steden,
het aantal der gesneuvelde en gevangen vijanden, de grootte van den
behaalden buit. Dan kwamen de krijgsgevangenen, met ketenen beladen.
Vooral aanzienlijke vijanden, vorsten en veldheeren, moesten die schande
ondergaan. Na deze ongelukkigen zag men eenige personen, die bundels
takken droegen, waarin eene bijl was gestoken. Dat was het gewone
geleide van de hoogste overheidspersonen te Rome; maar bij deze
gelegenheid waren de bundels met lauweren omwonden. Onmiddellijk
achter zijne bijldragers kwam de held van het feest. Hij stond op
een zegekar en was in een fraai gewaad gedost. Zijne hand hield een'
ivoren staf omklemd, met een' adelaar er bovenop; zijn hoofd was
versierd met een' lauwerkrans. Achter hem stond het beeld der over-
winning, dat eene gouden kroon boven zijn hoofd hield. De wagen
zelf was bespannen met vier schoone witte paarden en omringd door
de bloedverwanten van den zegevierenden veldheer. Naast en achter
hem liepen ook wierookdragers, maar om toch vooral te zorgen, dat
bij zooveel eerbewijzen zijn hoofd niet op hol raakte, had men hem
een' slaaf toegevoegd, die van tijd tot tijd de woorden moest herhalen:
„Bedenk, dat gij een mensch zijt!" In den stoet merkte men
verder nog op eene menigte priesters met hunne dienaren, welke de
dieren begeleidden, die zouden worden geofferd. De beesten waren
versierd met kransen; hunne horens waren verguld. De veldheer werd