Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
den troon plaatsten. Ja, toen Rome door het slechte bestuur van zijne
keizers en door de onverschilligheid zijner burgers meer en meer ge-
zonken was, is het wel voorgekomen, dat de Praetorianen, staande op
de muren van hunne versterkte legerplaats, de keizerlijke waardigheid
bij opbod verkochten. Bij die gelegenheid werd ze toegewezen aan een'
schatrijken Romein, die ieder soldaat der lijfwacht — er waren er
loooo — een geschenk gaf van ongeveer 2500 gulden!
Er heerschte in het Romeinsche leger doorgaans eene strenge krijgs-
tucht, en daardoor was het zoo sterk. De soldaten, die zich schuldig
maakten aan de eene of andere overtreding, werden hard gestraft. Al
naar den aard van hun misdrijf ontvingen ze geeselslagen, of in plaats
van tarwebrood kregen ze gerstebrood, of ze werden verlaagd in rang.
Wie zich erg misdragen had, werd met den dood gestraft, 't Gebeurde
zelfs wel, dat geheele regimenten — legioenen zeiden de Romeinen —
ter dood veroordeeld werden. De straf werd dan evenwel gewoonlijk
alleen voltrokken aan iederen tienden of twintigsten man. Na de ver-
overing van Macedonië liet een veldheer de overloopers, die hij van
den vijand had teruggeëischt, door olifanten vertrappen. Een Romeinsch
soldaat moest meer vrees hebben voor den opperbevelhebber van zijn
eigen leger dan voor den vijand. Hij moest weten, dat het hem niets
baatte, of hij het gevecht schuwde en den dood vreesde: de straf voor
zijne lafhartigheid bleef niet uit. En of hij al naar den vijand overliep
en zoo de tuchtiging trachtte te ontkomen, het gaf niets; want evenals
de veldheer, waarvan ik zooeven sprak, eischten de Romeinen bij 't
sluiten van eenen vrede altijd de uitlevering van de overloopers. Tegen-
over de straf evenwel stond de belooning. Wie 't eerst den muur eener
vesting beklom, ontving eene gouden kroon; wie een Romeinsch burger
het leven had gered, mocht zich sieren met een' krans van eikenloof.
Bovendien werden aan de dapperste krijgers bekers, lansen, halsketens
en andere sieraden vereerd. Men leest van een' Romein, die 120 ge-
vechten had bijgewoond, 45 wonden in de borst had ontvangen en die
eene verzameling van meer dan 300 onderscheidingsteekens bezat. Voor
een overwinnend veldheer was er geen grooter belooning dan de ver-
gunning van den Senaat tot het houden van een' plechtigen zegetocht
binnen Rome. Maar om die vergunning te verwerven, moest aan ver-