Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
bodem met versch zand bestrooid en de strijd ving op nieuw aan.
Gedurende de pauzen liet men vijgen, noten of koeken onder het
volk ronddeelen.
Ge vraagt wellicht, of de Romeinen dan behagen konden scheppen
in zulk een wreed vermaak en of ze niet meer menschelijk gevoel be-
zaten? Het antwoord hierop kan niet gunstig zijn. Onder de Romeinsche
schrijvers is er maar een enkele, Seneca o.a., een tijdgenoot van
Nero, die bij gelegenheid eens opkomt tegen de wreedheid van het
spel in het am])h itheater. Maar 't is de vraag nog, of die het wel
zoo ernstig heeft gemeend. Eerst het Christendom heeft zich met kracht
er tegen verzet en aan die gruwelijke vertooningen een einde gemaakt.
23. EEN TRIOMFTOCHT.
Dat de Romeinen, die de wereld veroverden, wel een volk van
krijgslieden moesten zijn, ligt voor de hand. Hunne legers waren dan
ook uitstekend geoefend en in den regel onoverwinnelijk. Ze hebben
wel nederlagen ondergaan, maar ze wisten zich op den duur toch altijd
staande te houden. Slechts na eene overwinning sloten de Romeinen
vrede met hunne vijanden. In den beginne verrichtten de Romeinsche
burgers zeiven den krijgsdienst; maar in de laatste tijden der republiek
vooral werd het leger meer en meer samengesteld uit vrijwilligers, die
van den oorlog eene broodwinning maakten. Zoo onttrokken de gegoede
klassen zich langzamerhand aan den dienst van gewoon soldaat en werd
het leger, wat men noemt „een staand leger." Dat was voor menig
veldheer eene schoone gelegenheid, om tot maclit en aanzien te geraken.
Want had hij de soldaten op zijne hand, dan viel het hem niet moeilijk
in Rome den baas te spelen. Aanvankelijk waren alleen de bewoners
van Rome Romeinsche burgers: dat wil zeggen, alleen Romeinen konden
ambten bekleeden, deelnemen aan staatszaken en in het leger dienen.
Maar op den duur kregen alle bewoners van Italië het Romeinsche
burgerrecht en zoo leverde het schiereiland vrijwilligers genoeg om het