Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
neushoorn of een beer of een wilden stier. Zeer dikwijls waren het
getemde beesten, die hunne kunsten moesten vertoonen. Want in het
africhten van dieren hadden de Romeinen het ver gebracht. Zoo vertelt
men van Julius Caesar, dat hij olifanten bezat, die hem met fakkels
bijlichtten, als hij naar huis ging. Leeuwen en panters werden voor
wagens gespannen, olifanten moesten met elkander dansen, terwijl een
van hen de muziek er bij maakte. Zoudt ge wel gelooven, dat men
die logge dieren zelfs op de koord leerde dansen en letters liet schrijven I
Allergrappigst is, wat een Romeinsch schrijver, Plinius, in allen
ernst vertelt: een olifant, die wat langzaam van begrip was en daarom
dikwijls op slagen werd onthaald, zou 'snachts in zijn eentje zijn lesje
van buiten geleerd hebben !!!..
Maar zulke onschuldige vermaken werden maar voor afwisseling
genoten: in den regel moest er bloed stroomen, anders was het volk
niet tevreden. En niet alleen dieren werden tegen dieren opgehitst; ook
menschen moesten de verscheurende monsters bestrijden. Er was zelfs
eene afzonderlijke klasse van lieden, die daarvan hun beroep maakten.
Caesar voerde te Rome de stierengevechten in, zooals ze nu
nog in Spanje bestaan. Keizer Nero liet eens eene afdeeling ruiterij van
zijne lijfwacht vechten tegen 400 beren en 300 leeuwen. Zeer dikwijls
werden veroordeelde misdadigers weerloos in de arena gebracht, om
door het wilde gedierte te worden verscheurd. Deze straf paste men
ook niet zelden toe op de eerste Christenen, die door verscheidene
Romeinsche keizers wreed werden vervolgd.
Na de dierengevechten volgde een ander schouwspel. Het amphi-
theater stond in verbinding met eene waterleiding, die in korten tijd
de geheele arena in een meer kon herscheppen. Op het water voerde
men dan eenen scheepsstrijd uit. Het is alweer Julius Caesar,
die dit vermaak te Rome in zwang bracht. Op het groote exercitie-veld
aan den Tiber, waarvan ik u vertelde, liet hij een meer graven, waarop
twee vloten tegen elkander moesten strijden. Daarbij werden 1000
soldaten en 2000 roeiers gebruikt. Augustus liet eene dergelijke inrich-
ting maken in de tuinen van Caesar, waar 3000 soldaten eenen
zeeslag konden vertoonen. En dat was geen gekheid, maar ernst: er
stroomde bloed.