Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. PAALWONINGEN.
Menschen zijn er al lang geweest op aarde; veel langer, dan men
vroeger wel meende. Hoe men tot die ontdekking gekomen is? De
aarde heeft het, om zoo te zeggen, zelf verteld. Want voor de geleer-
den van onzen tijd is de ,aarde als een boek met vele bladzijden, en
iedere bladzijde bevat meer of minder duidelijke aanwijzingen omtrent
den tijd, waarin ze ontstaan is. Laat ons dat wat nader ophelderen.
De aardrijkskunde heeft u geleerd, dat de aardkorst nog onophou-
delijk veranderingen ondergaat: zand verstuift en bedekt vruchtbare
akkers; veen stapelt zich op, waar vroeger dichte bosschen zich uit-
strekten; eilanden verdwijnen soms in den oceaan of rijzen uit de gol-
ven op. Vroeger, in zeer vroege tijden, — ik zou moeilijk een getal
kunnen noemen, om aan te duiden hoeveel jaren dat wel geleden is —,
waren de omwentelingen, die op de aarde voorvielen, veel geweldiger
dan tegenwoordig. En toch valt' er eene zekere regelmatigheid op te
merken in de wijze, waarop de vaste korst der aardoppervlakte zich
gevormd heeft. De verschillende bestanddeelen, waaruit zij bestaat,
hebben zich als zoovele lagen op elkander gestapeld. Nu zou het wel
te verwonderen zijn, als niet iedere laag, zelfs nadat ze door andere
bedekt was, eenige sporen was blijven bevatten van hetgeen ze heeft
voortgebracht: van de planten, die ze voedde, van de dieren en
menschen, die ze droeg. Voor zoover die er namelijk waren. Want
niet iedere laag bevat overblijfselen van dierlijk leven.
Wellicht is het u nu duidelijk , hoe de aarde zelf getuigen kan van
vroegere eeuwen en hoe men tot de kennis is gekomen van sommige
dingen, die lang, zeer lang aan de aandacht der menschen waren
ontgaan.
Het jaar 1853 was een bijzonder droog jaar. Vele Zwitsersche meren
verloren een deel van hun water. De bewoners van den oever van het
Zuricher-meer groeven uit den droogliggenden bodem het slijk op, om
er hunne landerijen mee op te hoogen. Toen deden ze eene merk-
waardige vondst, die weldra de aandacht trok van de geleerde wereld.
Ze brachten niet alleen verscheidene voorwerpen aan den dag, die