Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
plaats van den keizer en zijn gevolg; ook zaten op de eerste rijen de
leden van den senaat, de priesters en de priesteressen van Vesta.
Maar de andere dames moesten zich tevreden stellen met de bovenste
plaatsen evenals de mindere burgers. Slaven werden niet toegelaten,
't Geheel was zonder dak; daarom spande men er, om de brandende
zon te weren, groote kleeden over uit, die aan masten werden be-
vestigd. Men kan nagaan, dat het geheel nogal wat geld moet gekost
hebben, als men hoort, dat deskundigen de waarde van de steenen
alleen die er nog van over zijn, schatten op 15 millioen gulden; en
de helft ligt wel al in puin !
Nu heette keizer Vespasianus heel gierig. Hoe kon hij er dan toe
komen zulk een kostbaar amphitheater te laten bouwen? Dat was
een slimme zet van hem, om het volk op zijne hand te houden. Want
dit was er in zijnen tijd al lang aan gewoon op kosten van de voor-
naamste staatsbeambten luisterrijke spelen bij te wonen, die een vrij
groot deel van het jaar innamen, onder Augustus wel al 66 dagen,
en langzamerhand klom dit getal tot 175. De Romeinsche leegloopers
beschouwden het zelfs als een soort van recht, dat men hun spelen
gaf en dat men op bepaalde tijden brood uitdeelde. En de keizers
waren behendig genoeg om van deze neiging van 't volk partij te trekken.
Wat er vertoond werd? Geen tooneelstukken: daarvoor had men
afzonderlijke schouwburgen. En die lokten gewoonlijk niet zooveel toe-
schouwers; want geen der Romeinsche schouwburgen kon zooveel
menschen bergen als het amphitheater, waar men wezenlijke gevechten
tusschen menschen en dieren kon zien opvoeren. Met de dierengevechten
begon het schouwspel in den regel. Reeds in den vroegen morgen —
over 't geheel waren de Romeinen doorgaans tijdig uit de veeren —
stroomde de volksmenigte er heen. De arena was nog leeg. Op eens
opende zich de bodem en er verscheen een wild beest en onmiddellijk
daarna op eenigen afstand een tweede. Onder de kampplaats namelijk
waren uitgestrekte gewelven, die ook dienden als hokken voor de dieren.
En door een kunstig ingerichten toestel konden de oppassers de groote
monsters als 't ware uit den grond laten opkomen. Daar waren leeuwen,
panters, tijgers, luipaarden, en niet één of twee, maar tien en twaalf
tegelijk, ja, nog wel veel meer. Soms vocht een olifant tegen een
6*