Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
8]
gulden aan land, bovendien een groot aantal huizen te Rome en eene
menigte slaven, die hij voor een deel verhuurde. Een ander rijk Romein
uit denzelfden tijd liet bij zijnen dood een vermogen na van zes millioen
gulden aan baar geld; dan nog meer dan 4000 slaven, 3600 juk ossen
en 257.000 schapen. Ik behoef u zeker niet meer te vertellen, welk eene
weelde er te Rome kon heerschen, als het zulke schatrijke inwoners
had. En dat ook de inrichting der huizen naar evenredigheid van dat
alles geweest moet zijn, kunt ge nu ook wel begrijpen.
2'2. VOLKSVERMAAK.
Op onze wandeling door Rome wees ik u het groote amphitheater,
waarvan in deze les eene afbeelding voorkomt. Die afbeelding stelt
het gebouw voor, zooals het zich tegenwoordig vertoont, nadat bijna
negentien eeuwen haren vernielenden invloed op het schoone werk
hebben uitgeoefend. Want het is gesticht in het begin van onze jaar-
telling door keizer Vespasianus (69-79). Naar aanleiding van dit
kolossale gedenkstuk wil ik u iets mededeelen over de volksvermaken
der Romeinen. Maar laat ons eerst het amphitheater zelf wat nader
beschouwen. Het heeft de gedaante van een langwerpig rond, waarvan
de buitenmuur slechts aan eenen kant nog zijne oorspronkelijke hoogte
van 48 meter bereikt, 't Geheele gebouw is 185 meterlang, 156 meter
breed en heeft eenen omtrek van 524 meter. Het bestaat uit vier ver-
diepingen. In de benedenste zijn 80 poorten, zoodat men aan alle zijden
toegang kon krijgen. Ieder van deze ingangen droeg een vast nommer;
voor een deel kan men de cijfers nog herkennen. Op de toegangskaartjes
stond het nommer van de poort, door welke men zijne plaats kon
bereiken; zoo werd al te groot gedrang vermeden. Als we door een
dezer poorten binnentreden en op den beganen grond blijven, zonder
ons om de trappen te bekommeren, die naar boven voeren, komen
we op eene opene ruimte, die denzelfden vorm vertoont als het geheele
gebouw, maar die vrij wat geringer omvang heeft. Dat is de zooge-
noemde arena, waarop de schouwspelen gegeven werden. Van hier
VAN DUYL, Gesch. I. 2e druk. 6