Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
brandde of als het regende. Deze ruimte was omringd door verscheidene
kleine kamertjes, die niet door deuren waren afgesloten. Achter het
atrium had men een vertrek, dat tot verschillende doeleinden werd
gebruikt. Door een gang daarnaast bereikte men weder eene andere
opene ruimte, een soort van binnenhof, ook gedeeltelijk overdekt, in
welks midden een regenput was aangebracht, die men soms omringde
door bloemperken.
Toen de weelde in Rome langzamerhand toenam, werd het atrium
eenvoudig eene zaal, waar men visites ontving. Het bed en de haard
werden naar afzonderlijke vertrekken verplaatst, en in het midden van
den vloer bracht men ook een regenbekken aan, zooals ge zien kunt
op het plaatje, dat het atrium voorstelt van een huis in Pompeji.
Was de woning klein, dan had men er niet eens de beide opene
ruimten, die ik noemde, maar alleen de eerste, terwijl daarachter
dan wel een tuintje was aangelegd. Zulke huizen heeft men althans te
Pompeji ook wel gevonden. Ge begrijpt, dat het getal der kamers in
't algemeen afhing van den rijkdom van de bewoners. Een zeer belang-
rijk vertrek was de eetzaal. Slaapkamers had men zoowel om den nacht
door te brengen, als om er een middagslaapje te houden, wat de
Romeinen geregeld deden. De vertrekken voor de slaven waren aan de
achterzijde van het huis op de bovenverdieping. Aan de straatzijde
maakten de huizen weinig vertooning. Daar waren gewoonlijk kamertjes,
die als winkels verhuurd werden, ja, men heeft te Pompeji wel huizen
gevonden, die aan alle kanten door zulke winkels of werkplaatsen waren
omringd. Vele rijke lieden hadden verzamelingen van schilderijen en
groote bibliotheken. Planken vloeren kende men niet. Ze waren van
steen, maar dan ook zeer prachtig met allerlei kleuren en figuren inge-
legd. Over 't geheel waren de huizen van binnen rijk versierd met
beelden en met muurschilderingen. Dat moet wel het geval geweest
zijn, als we lezen, welke verbazende sommen soms voor woningen te
Rome besteed werden. Het huis van Cicero, een beroemd redenaar
en staatsman uit den tijd van Augustus, werd op 200.000 gulden
geschat. Een tijdgenoot van Caesar heeft wel gezegd, dat hij niemand
rijk noemde, die niet van zijn jaarlijksch inkomen een heel regiment
soldaten kon onderhouden. De man zelf bezat voor twintig millioen