Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
lichaam, dat er eenmaal in opgesloten was geweest. Zoo heeft men dan
ook gedaan. Toen de uitbarsting begon, was een groot deel van de
bevolking in het amphitheater vereenigd, om getuige te zijn van een
dierengevecht of een ander volksvermaak. Toch kwam de ramp niet
zóó plotseling op, of velen hadden er het leven nog kunnen afbrengen.
Maar sommigen verscholen zich in de kelders hunner huizen, anderen
trachtten hunne kostbaarheden nog te redden, en zoo werd de stad het
graf van menigeen, die bij eene overhaaste vlucht zich wellicht had
kunnen bergen. Er zijn althans menschen aan 't gevaar ontkomen. Een
ooggetuige heeft ons zelfs eene beschrijving van het ongeval nagelaten.
Door het vinden van Pompeji is men in staat gesteld zich tamelijk
goed een denkbeeld te vormen van de inrichting van een Romeinsch
woonhuis. Maar ge moet wel bedenken, dat deze stad maar eene land-
stad was en dat het groote Rome nog wel andere huizen, veel grooter
en veel prachtiger zal bevat hebben dan Pompeji. Laten we in het
algemeen eens trachten te ontdekken , hoe de woning van een welgesteld
Romein er wel moet hebben uitgezien.
Een aanzienlijk Romein had zijn eigen huis. Voor menschen, die
't minder goed betalen konden, waren in Rome ook huizen te huur,
en dan woonden er soms in één gebouw verschillende familien. Dat dit
wel het geval moet geweest zijn en dat zulke huizen soms verscheidene
verdiepingen telde, kan onderanderen blijken uit een besluit van keizer
Nero, waarbij verboden wordt de huizen hooger op te trekken dan
zestig voet.
De voordeur van de Romeinsche woning lag niet in ééne lijn met
den gevel, maar een weinig ' achterwaarts, zoodat er eene soort van
vestibule gevormd werd door de aan beide zijden vooruitspringende
muren. Wilde men binnentreden, dan kon men om zich aan te melden
zich bedienen van een' klopper, soms wel van eene bel. De portier,
een slaaf, die zijn kamertje onmiddellijk bij de voordeur had, opende.
Dikwijls had hij een' hond bij zich, en zeer gewoon was dan ook bij
de deur het opschrift, dat ge ook bij onze boerderijen wel aantreft:
„Wacht u voor den hond!" — Bij gebrek aan een' hond was er
weieens een op den muur geschilderd. Zeer eigenaardig was het, dat bij
sommige huizen de drempel door middel van ingelegde steenen het