Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
i i
2X. EEN BEGRAVEN STAD.
De korte regeering van keizer Titus (79—81) was niet gelukkig
voor Rome. Dat was niet de schuld van dien keizer, want hij was
een uitstekend vorst. Maar in dien tijd werden zijne onderdanen door
verschillende rampen bezocht. Eene der grootste daarvan was de
ondergang van een paar steden, welke geheel onder de lava en asch
van den Vesuvius bedolven werden bij gelegenheid van eene uitbar-
sting van den vulkaan in het jaar 79. Voor ons menschen van de 19e
eeuw evenwel is het ongeluk, dat de bewoners van Herculaneum
en Pompeji trof, een waar fortuintje. Want de opgravingen, die men
gedaan heeft op de plaats, waar eenmaal de beide steden stonden,
hebben menige bijzonderheid aan het licht gebracht omtrent het leven
en bedrijf der oude Romeinen, die we anders voor altijd hadden
moeten missen. Vooral de laatste stad is in den letterlijken zin des
woords uit de asch verrezen: een groot gedeelte er van ligt open en
bloot voor den weetgierigen bezoeker. En 't was geene gemakkelijke
taak om Pompeji weer voor den dag te brengen. Want eene laag
asch en lava en aarde bedekte het tot eene dikte van 7^8 meter. In
't begin der vorige eeuw reeds had men sporen teruggevonden van
Herculaneum; maar eerst sedert het jaar 1748, toen eenige boeren
bij het bearbeiden van eenen wijnberg toevallig op overblijfselen van
huizen en andere voorwerpen stieten, begon men ernstig te denken aan
het voor den dag brengen van de oude stad Pompeji. Veel wetens-
waardigs heeft men daarbij gevonden en vooral verscheidene zaken, die
opheldering geven omtrent het huiselijk leven der Romeinen, 't Spreekt
vanzelf, dat men ook overal sporen ontdekte van de ongelukkige be-
woners, die bij de ramp waren omgekomen. In het museum te Napels
bewaart men zelfs afgietsels van lijken van menschen, die op hunne
vlucht door den aschregen werden overvallen. Hoe dat mogelijk is? De
natte asch vormde om hunne lichamen eene korst, die langzamerhand
hard werd en die, toen de lijken in den loop der eeuwen daarin ver-
teerden, als 't ware een hollen vorm uitmaakte, waarin men slechts
gips had te gieten, om volkomen de gedaante terug te krijgen van het