Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
die wacht hielden bij de deur, die den draagstoel droegen voor hunne
meesters of meesteressen. Op den laagsten trap stonden zij, die het land
moesten bebouwen. De Romeinen beschouwden hunne slaven niet als
])ersonen, maar als zaken. Ze konden er mede doen, wat zij verkozen.
Het eerste onderwijs genoten de Romeinsche knapen en meisjes —
want de meisjes kregen over 't geheel dezelfde opvoeding als de jon-
gens — 6f in huis, óf op school. Het bestond in lezen, schrijven en
rekenen. Men schreef op tafeltjes, die met was bestreken waren en
bediende zich daartoe van een staafje. Wanneer de jongens de lagere-
school hadden afgeloopen, kwamen ze in de leer bij eenen meester,
die met hen de beroemde schrijvers las en verklaarde en die hen
soms ook oefende in de rechtsgeleerdheid, maar vooral in de welspre-
kendheid. Want een goed Romein leefde voor de staatszaken en moest
zijne tong behoorlijk kunnen roeren, waar 't pas gaf. Vooral verzuimde
men niet, om de jeugd het Grieksch te leeren: dat stond zoo wat
gelijk met het Fransch bij ons. Rn als men zijne kinderen eene recht
beschaafde opvoeding wilde geven, dan zond men ze zelfs een tijdlang
naar Athene, net als wij nu wel meenen, dat de modes en de
manieren van Parijs een mensch tot een fijn mensch kunnen maken.
Als de Romeinsche jongeling den ouderdom van i6 jaar bereikt
had, werd hij man. Die zestiende jaardag was weer een feest voor de
familie. Na eene godsdienstige plechtigheid in huis werd de jarige door
al zijne bloedverwanten naar het Forum geleid; daar hing men hem
den mantel om, die den vrijen Romeinschen man onderscheidde, en
vervolgens offerde men op het Capitool. Nu bezocht hij — in den
beginne nog onder de leiding van zijnen leermeester — de vergaderingen
en de rechtbanken en oefende zich voor het openbaar leven, waaraan
hij weldra een werkzaam aandeel zou nemen. — Geene handeling in
het leven van den Romein had met meer staatsie plaats dan die, welke
men verrichtte bij zijn overlijden. De begrafenissen werden met groote
plechtigheid gevierd. Want het werd als eene groote ramp beschouwd,
wanneer een lijk onbegraven bleef. Zoodra een zieke gestorven was,
drukte een zijner dierbaarste betrekkingen hem de oogen toe. Dan werd
hij door de aanwezigen luide bij zijnen naam aangeroejjen en weeklachtcii
vervulden het gansche huis. Vervolgens kwamen de personen, die daar-