Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
zich daarbij een entrepot bevindt, waarin de koopwaren kunnen
worden opgestapeld. Groote zeeschepen komen niet tot Rome; daartoe
is de Tiber niet diep genoeg. Aan den mond der rivier ligt de eigen-
lijke haven van Rome, oorspronkelijk Ostia; maar keizer Claudius
heeft eene nieuwe haven laten aanleggen, die de oude weldra geheel
overschaduwd heeft. Te Ostia vindt men alleen nog een groot aantal
zoutkeeten. Als we zoo langs den Tiber voortwandelen, stroomopwaarts,
komen we voorbij den Capitolijnschen berg in eene wijk, die
een groot aantal openbare uitspanningsplaatsen bevat. Men vindt er
verscheidene schouwburgen en renbanen. Die gebouwen zijn alles
behalve klein: men heeft er voor 30.000 en voor 40.000 toeschouwers.
Zeer schoon in deze wijk is een prachtige tempel, die aan alle goden
is gewijd, wat zijn naam ook zegt: hij heet het Pantheon. Dat is
een van de monumenten van 't oude Rome, dat het best bewaard is
gebleven. Het gebouw staat er in onze eeuw nog, maar is tegenwoordig
tot eene christenkerk ingericht. En zie, daar langs den Tiber breidt
zich eene groote vlakte uit: ze is onder meer ook het exercitie-plein
voor de Romeinsche soldaten. Aan den oever ontwaren we verschillende
scheepstimmerwerven.
En nu naar den overkant der rivier. Acht bruggen op verschillende
punten van de stad bieden ons gelegenheid aan, den anderen oever te
bereiken. We zullen de eerste de beste maar kiezen, vooral ook omdat
die ons voert naar een monument, dat reeds in de verte onze blikken
getrokken heeft. Het is een kolossaal gedenkteeken : op eene vierhoekige
basis verheft zich een sierlijk rond gebouw en daarop een tweede van
denzelfden vorm, maar van minderen omvang. Het geheel wordt
gekroond door een dak in den vorm van een kegel, welks spits
gevormd wordt door een fraaien bronzen kogel. De verschillende onder-
deden zijn met heerlijke zuilen en met schoon beeldhouwwerk getooid.
Een verbazend werk, zóó groot, dat zijne overblijfselen — en dat is
nog maar een deel van het geheel — in latere tijden als vesting dienst
zullen doen. En toch is het slechts een praalgraf, dat keizer Had rianu s
voor zich en zijne opvolgers heeft laten oprichten ! Den Engelenburcht
noemen de tegenwoordige bewoners der stad het kasteel, dat op de
grondvesten van het grootsche monument is verrezen. Veel verder zuid-