Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
hunnen wil. Dat had veel strijd gekost: in hunnen besten tijd waren
de Romeinen dan ook uitstekende soldaten. Maar niet minder slimme
staatslieden; want als ze „in troebel water konden visschen,"
hebben ze het nooit nagelaten. Zwakken helpen tegen de sterkeren,
om, na dezen overwonnen te hebben, ook de eersten te onderwerpen;
twist stoken, als zij er hun voordeel mee konden doen, ziedaar een
paar van de middelen, waarvan ze zich dikwijls bedienden, om'hunne
macht uit te breiden.
De Romeinen hebben eenen zeer moeilijken tijd gehad, toen ze aan
de Karthagers, waarover ik u vroeger al sprak, de heerschappij
moesten betwisten over het westelijk bekken der Middellandsche zee.
In drie geweldige oorlogen zegepraalden ze over dat machtige handels-
volk; in het jaar 146 v. Chr. werd het beroemde en rijke Karthago
overwonnen en vernietigd.
Maar ook naar het oosten en naar het westen stak de machtige reus
zijne armen uit, om alles te grijpen, wat onder zijn bereik viel.
Spanje en Gallië, Griekenland en het hedendaagsche Turkije,
Klein-Azie en Egypte, alles werd een buit van het nooit verzadigde
Rome. En ten laatste trokken zijné legerscharen ook de Alpen en den
Rijn over, om een deel van de landen der Germanen te onderwerpen.
Zoo klom de macht der Romeinen van trap tot trap, en in de eerste
twee eeuwen van onze jaartelling strekte hun gebied zich uit van den
Rijn en den Donau tot de Sahara, van den Atlantischen
Oceaan tot den Eufraat.
In de oudste tijden werd Rome door koningen geregeerd. Maar nadat
de laatste dezer vorsten door een willekeurig bestuur zijne onderdanen
had verbitterd en zij hem en zijn geslacht hadden verdreven, kreeg
Rome eenen republikeinschen regeeringsvorm. Aanvankelijk waren de
aanzienlijken geheel de baas. Maar de groote hoop deed zich van tijd
tot tijd krachtig gelden, en zoo verwierven ook de mannen uit het volk
langzamerhand het recht, om deel te nemen aan de staatszaken en om
ambten te bekleeden. Toch — en zoo is het immers altijd geweest in
de wereld en zoo zal 't wel altijd blijven — waren er ook toen nog
rijken en armen, aanzienlijken en geringen. De rijken waren heel rijk
en de armen groot in aantal. En die verbazende rijkdom heeft Rome