Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
Er zijn dingen, die men zi^ en dinge^f^ie men niet ziet. Ik
bedoel, dat er zaken zijn in de we^dj^^de menschen met onver-
schilligheid voorbijgaan, omdat zij ze'tIIs onbeduidend beschouwen,
en die toch soms veel meer invloed uitoefenen, dan men gewoonlijk
denkt. Zoo zal men den slag bij Waterloo natuurlijk veel belangrijker
vinden dan de oude jas uit het jaar zeventien honderd en zooveel, die
overgrootvader heeft nagelaten en die nu nog door de familie als rari-
teit bewaard wordt .... Toch zit er in die jas nog meer, dan men
oppervlakkig denkt. Kan men zich de achttiende-eeuwsche menschen
anders denken dan juist met zulk een jas? Zoudt ge u Piet Hein of
De Ruyter wel kunnen voorstellen met hooge hoeden en staartrokken?
Waarom niet? Omdat die dingen in 't geheel niet passen in denktijd,
waarin die personen leefden, niet waar? Omdat ge u de zeventiende
eeuw niet anders denken kunt dan in het eigenaardig gewaad, dat
haar past, dat een deel van haar wezen uitmaakt. Gij zoudt niet
weinig verwonderd staan te kijken, als ge tegenwoordig op klaarlichten
dag een' man op straat ontmoettet, gekleed zooals Claudius Civilis
en zijne Bataven, toen zij de Romeinen gingen bevechten.
„Andere tijden, andere zeden." Tijden en zeden zijn twee zaken,
die men niet van elkander kan scheiden. Zóó als de menschen in het
jaar 1600 waren, zóó waren ook hunne gewoonten. En als men onze
voorouders goed wil leeren kennen, dan dient men op de hoogte te
zijn van wat ze deden en dachten, dan moet men toezien, hoe ze
hunne huizen bouwden en hoe ze zich kleedden, hoe ze hun werk
verrichtten en hoe ze pleizier maakten. Indien men daar oplettend
naar ziet, dan leert men ze vrij wat beter kennen, dan wanneer men
weet, hoeveel Spanjaarden ze in den slag bij Nieuwpoort hebben doen
sneuvelen of hoeveel schepen ze uitrustten, toen Filips van plan was
de Onoverwinnelijke Vloot op hen af te zenden.
Ieder mensch heeft zijne geschiedenis, en de menschen met elkander,
de maatschappij, de volken en de staten, ze hebben ook hunne ge-
VAN DUYL, Gesch. I. 2e druk. i