Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
Door de opening van den mond klinkt hunne stem luid en verstaanbaar
tot voor de toeschouwers op de achterste banken.
Het stuk, dat zij spelen, is een treurspel. Zoo'n treurspel behan-
delt gewoonlijk de eene of andere geschiedenis uit het leven van een
koning of held uit den ouden tijd. Laat ons maar eens goed toeluis-
teren, dan zullen we wel gewaar worden, wat er vertoond wordt.
In de Grieksche stad Thebe regeerde in overouden tijd een koning,
die, na een leven vol ongelukken, den troon naliet aan zijne twee
zoons. De beide broeders hadden afgesproken, beurtelings een jaar
lang het bewind te voeren. Maar toen bij den aanvang van het tweede
jaar de jongste broeder de regeering wilde aanvaarden, weigerde de
oudste den troon te verlaten. Dat gaf aanleiding tot een' twist. De
jongere broeder verliet Thebe, zocht hulp bij eenige vorsten en trok
met hen tegen zijne vaderstad op. Maar de aanvallers waren niet ge-
lukkig. Toen ze gedurende geruimen tijd de stad hadden belegerd,
kwam men tot het besluit den strijd te laten beslechten door een twee-
kamp tusschen de beide broeders. Dat geschiedde en de ongelukkigen
doodden elkander in dat gevecht.
De opvolger op den Thebaanschen troon, koning Kreon, vaar-
digde vervolgens het bevel uit, dat niemand het lijk mocht begraven
van den koningszoon, die de vreemde vorsten tegen zijn eigen vaderland
ten strijde had gevoerd. Het moest onbeweend en onbegraven ten prooi
van de roofvogels blijven liggen. Daarmede begint het stuk, dat ons
vertoond wordt.
De gesneuvelde vorsten hebben twee zusters. Eene van haar,
Antigone, tracht de andere over te halen, tegen het uitdrukkelijk
bevel van den koning in, het dierbare lijk de laatste eer te bewijzen.
Deze durft evenwel niet, en daarop besluit Antigone om zelf het
waagstuk te volbrengen. Nu treedt het koor op, dat eene schaar The-
baansche grijsaards voorstelt. Het zingt een zegelied op de gelukkige
bevrijding der stad.
Het duurt niet lang, of de koning verneemt, dat zijn bevel is over-
treden, en weldra brengt men Antigone voor hem als de schuldige.
Zij verdedigt zich door te wijzen op de nauwe banden, die haar aan
den gesneuvelden vorst verbonden; zij zegt, dat haar plicht als.