Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
als het geboren wordt, is het verbazend groot; klein is het, wanneer
het de helft van zijn leven achter den rug heeft; maar hoe dichter het
zijn einde nadert, hoe grooter het weer wordt."..... Na enkele mis-
lukte pogingen raadt ge, dat het de schaduw moet zijn, die met het
raadsel bedoeld wordt. Ge loopt de straf vrij; maar niet alle aanwezigen
zijn even gelukkig.
Nadat ieder zijne beurt heeft gehad, wacht ons een ander vermaak.
De gastheer heeft eenige kunstenaars gehuurd, die nu de kamer binnen-
treden, om hunne behendigheid te toonen. Het zijn meisjes enknapen,
die vooral uitmunten in het uitvoeren van sierlijke dansen. Want de
Grieken dansten niet zelf, zooals wij: ze lieten dat doen door menschen,
die er hun beroei» van maakten. Enkele van de kunstenaressen spelen
intusschen op de fluit. Eene uit het gezelschap is verbazend behendig.
Ze heeft eenige ringen in de hand, die ze tot aan den zolder opwerpt
en vlug weer opvangt; ze neemt er telkens meer, tot ze eindelijk dat
kunststuk vertoont met twaalf ringen tegelijk. Vervolgens legt ze een
hoepel op den grond, die geheel in het rond bezet' is met scherpe
messen. Met eene vlugheid, die onze bewondering opwekt, springt ze
uit en in den kring, zonder zich te bezeeren. Maar dat spelletje is toch
wel wat gevaarlijk, en we zijn blij, als ze ophoudt en als ze het er
afbrengt zonder ongelukken.
En nu weer wat anders. Op bevel van den leider van ons feest
brengen een paar slaven eenen hoogen kandelaar binnen. Daaraan wordt
eene weegschaal opgehangen. Onder de weegschaal zet men een beeldje
van brons. Nu bestaat tle kunst daarin, dat men den inhoud van eenen
vollen beker wijn zoo behendig in de schaal weet te slingeren, dat deze
zinkt en met eenen klinkenden slag den kop van het beeldje treft. Dat
is nog niet zoo gemakkelijk; maar er zijn er onder onze gasten, die
het wat netjes weten te doen. Ons wil het voor deze eerste maal maar
volstrekt niet gelukken. — Ge kunt wel nagaan, dat het onder de be-
drijven zoo tamelijk laat is geworden, 't Was al avond, toen we ons
aan tafel zetten en 't is nu al vrij diep in den nacht. Onze dischgenooten
mogen nog wat blijven zitten: ze moeten zelf weten, of ze zooveel
wijn willen drinken, dat ze op hunne rustbanken er bij in slaap vallen,
wat niet zelden gebeurt. Maar dat willen wij niet. We nemen afscheid