Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
derlijk bord hebt ge niet voor u staan; een mes en eene vork zoekt ge
ook vergeefs. Alleen een lepel staat tot uwe beschikking. Het vleesch
wordt gesneden gepresenteerd; ge neemt er met de vingers van de
rechterhand iets af en doopt het in de voor u staande schotels. Wilt ge
uwe vingers, die daardoor vuil geworden zijn, schoonmaken, dan doet
ge dat aan een stukje brood of aan een klompje deeg, dat er voor
bestemd is. Aan 't einde van den maaltijd komen de slaven op nieuw
met water rond, en dan kunt ge uwe handen weer wasschen.
Zie zoo, we hebben onze maag bevredigd en zijn geheel bekomen
van de lange wandeling van vanmorgen. De tafels worden weggenomen,
de gedienstige geesten vegen den vloer aan, ze reiken ons bloemkransen
over, waarmede we het hoofd kunnen tooien en ze brengen prachtige
vazen en vaten in de kamer, die bestemd zijn om den wijn in te
mengen. Want de Grieken drinken zelden onvermengden wijn; ze ver-
dunnen dien steeds met water. Om den dorst op te wekken, wordt
kaas of zout gebak gepresenteerd; want ik zei het u reeds: de Grieken
houden wel van een' beker wijn, en ze zijn op dat punt niet altijd
even matig. Ja, er is zelfs een feest, dat bij den aanvang der lente
gevierd wordt en dat aan den god van den wijn, aan Dionysus is
toegewijd, waarbij, om zoo te zeggen, geen enkel Athener nuchter
blijft. We mogen dus wel een weinig voorzichtig zijn.
Voor het feest een aanvang neemt, wordt een van de gasten benoemd
tot president van de tafel. Hij bepaalt, hoe de wijn gedronken zal
worden, hij deelt straf uit aan degenen, die bij een of ander tafels]jel
„een pand verbeuren," zooals wij tegenwoordig zouden zeggen. De straf
bestaat gewoonlijk daarin, dat men een' beker ongemengden wijn inéén
teug moet ledigen. Ik sprak daar van een tafelspel; want ge moet niet
meenen, dat we den geheelen tijd zullen doorbrengen met drinken. Er
wordt op allerlei wijzen voor ons genoegen gezorgd. Vooreerst begint
de gast, die de leiding van het feest op zich genomen heeft, met een
raadsel op te geven aan zijnen buurman. Dat zullen we allen op onze
beurt moeten doen. Pas op, dat ge goedt raadt; want anders moet ge
dien grooten beker daar ledigen. „Noem mij het wezen," zoo zegt hij,
„dat zijns gelijke niet heeft, noch op aarde, noch in de zee; de natuur
heeft aan den groei zijner ledematen eene zonderlinge wet gesteld; want