Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
onder, die men behoorlijk op de vingers moet zien, om te zorgen,
dat men niet wordt beetgenomen.
We hebben ons hier geruimen tijd opgehouden, 't Wordt zachtjes
aan middag en de drukte steeds minder. Laat ons de markt zelve
nog even in oogenschouw nemen, 't Is een langwerpig vierkant, dat
aan alle zijden omringd is door openbare gebouwen, tempels en zuilen-
hallen. In de laatste wordt onderanderen ook recht gesproken. Maar ....
hebt ge er wel aan gedacht uwe nieuwerwetsche kleeren af te leggen?
Anders zult ge nog vrij wat bekijk krijgen. Want de Atheners kleeden
zich heel anders dan wij doen. Vrij wat eenvoudiger en vrij wat sier-
lijker. Het klimaat is zacht en eene zware bedekking heeft het lichaam
niet noodig. In bijzonderheden kan ik u moeilijk laten zien, hoe de
kleederdracht eigenlijk is. Maar ik kan u wel zeggen, dat ze hoofd-
zakelijk bestaat uit onderkleeren en bovenkleeren. De onderkleeren
gelijken min of meer, wat hun vorm betreft, op een hemd; de boven-
kleeren op een ruimen mantel. En de Grieken hebben er wat een slag
van, om dien mantel zóó om te werpen, dat hij sierlijke plooien
vertoont. De kleeren zijn meest van wol of van linnen. Zijde komt
eerst later meer algemeen in gebruik. De kleur is voor 't meerendeel
wit. Maar men ontmoet ook menschen met donker gekleurde gewaden
en met kleederen, die bonte i)atronen vertoonen. Een hoofddeksel
dragen ze niet. Ten minste niet in de stad. Wel als ze op reis gaan
of op het veld moeten arbeiden. Dan bedekken ze het hoofd met eene
muts of een' hoed, die verschillende vormen vertoont. Velen loopen
barrevoets; maar anderen hebben zolen onder de voeten, die op ver-
schillende wijzen met riemen aan het been zijn bevestigd. De Atheners
en vooral de Atheensche dames houden ook wel van opschik. Allerlei
sieraden, die ook aan ons niet onbekend zijn, treft men aan: oorrin-
gen, armbanden, halsketens, haarnaalden, en wat ook niet zelden
voorkomt, vooral bij feestelijke gelegenheden, zijn kransen en bloemen,
waarmede ze het haar versieren. Aan het haar wordt over 't geheel
nogal veel zorg besteed. Dat sommige zaken al lang vóór onzen tijd
in zwang waren, blijkt uit die dame, die we daar zien wandelen met
een parasol. Maar de parasol wordt door eene slavin gedragen. Dat
zien we bij ons niet.