Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
.51
drie- en vierspannen. Aan het einde van de renbaan stond een grens-
paal, waar de wagenmenners om heen moesten zwenken. Dat was iets,
dat nog al oefening en behendigheid vorderde; want het geschiedde in
volle vaart, om den mededingers de gelegenheid te benemen vóór te
komen. Niet zelden tuimelden dan ook op dat gevaarlijke punt rossen
en wagens met hunne bestuurders om. Het wagenrennen was vooral
een vermaak voor de aanzienlijken. Zij bezaten de paarden en de
wagens, die noodig waren, om te kunnen mededingen. Wedrennen te
paard kwamen ook veelvuldig voor.
Dat de Olympische spelen eene groote rol vervulden in het leven
der Grieken kan ten slotte nog blijken uit de omstandigheid, dat zij
later hunnen tijd rekenden bij Olympiaden, dat is bij tijdvakken van
vier jaren. Zooals wij spreken van de negentiende of zeventiende eeuw,
spraken zij van de tiende of twaalfde Olympiade. Het jaar 776 v. Chr.
wordt als aanvangspunt beschouwd van die tijdrekening; maar eerst
omstreeks 300 v. Chr. kwam ze algemeen in gebruik.
14. EEN BEZOEK AAN DE MARKT TE ATHENE.
We willen ons voor een oogenblik een twee-, drieëntwintig eeuwen
in den tijtl terugdenken en ons voorstellen, dat we op een schip
zijn, dat koers zet naar Athene. Reeds van verre schittert ons
de gouden lans van het bekende beeld op den Acropolis te gemoet;
de heerlijke zuilen van het Parthenon en van de Propyleen
blinken in den helderen zonneschijn. Wij naderen meer en meer;
eindelijk komen we behouden in de haven van de rijke hoofdstad van
Attica aan. We zetten voet aan wal. Maar we zijn hier nog niet in
Athene. De stad zelve ligt niet aan zee, maar op eenigen afstand van
de kust. Die kust is door de natuur als aangewezen om tot havenplaats
te dienen. Een vooruitspringend schiereiland vormt drie groote inhammen,
die eene veilige ligplaats aanbieden voor Athene's koopvaardij- en oor-
logsvloot en die de bewoners dan ook door het aanleggen van velerlei
4'