Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
zij verdeeld waren. Daar ontmoetten elkander niet al^leen de mannen,
die uitmuntten door hunne behendigheid en hunne lichaamskracht, maar
ook zij, die zich onderscheidden door groote gaven van den geest :
dichters, geschiedschrijvers, wijsgeeren. Al de aanwezigen bewezen ook
aan deze laatsten de grootste eer, en gedurende de pauzen tusschen de
verschillende wedstrijden werden hunne namen door herauten luide
aan het volk verkondigd en hunne verdiensten geprezen.
Dat de Olympische spelen ook aanleiding gaven tot handel en ver-
tier, behoef ik u wel niet te zeggen. Want ook onze jaarmarkten of
kermissen zijn oorspronkelijk ontstaan, doordien groote menschenmassa's
samenstroomden, om op bepaalde dagen godsdienstige feesten te vieren.
Zoo verschenen ook te Olympia vele kooplieden, om gedurende den
feesttijd eene groote jaarmarkt te houden.
De wedstrijden zelf waren van verschillenden aard. In de eerste plaats
werden er wedloopen gehouden van mannen en jongelingen. De ruimte,
die daarvoor bestemd was, heette stadium. Ze was 600 voet lang
en werd later door de Grieken gebruikt als eenheid van lengtemaat
voor groote afstanden. Zooals wij spreken van kilometers, telden zij bij
Stadien. Ge begrijpt, dat zulk een groote afstand vrij wat inspanning
eischte van de mededingers, en uwe verbazing zal nog stijgen, als ge
verneemt, dat er waren, die zonder rusten de baan twaalf maal heen
en terug aflegden. Dat er bij zulke gelegenheden wel eens iemand van
overspanning en vermoeienis dood neerviel, is niet te verwonderen.
Behalve den wedloop had men oefeningen in het springen, vuistge-
vechten, waarbij soms duchtige stompen en slagen werden uitgedeeld,
zoodat niet zelden het bloed op de kampplaats vloeide, en worstel-
strijden. Voor het worstelen werden de kampvechters geheel met olie
ingewreven, om de leden buigzaam en lenig te maken, waarna ze zich
in den regel met stof bestrooiden, om meer vat te geven aan hunne
tegenpartij. Eene bijzondere oefening, die veel kracht vereischte, was
het werpen met den discus, eene groote houten of metalen schijf. In
eene afzonderlijk daarvoor bestemde ruimte, die evenals het stadium
aan weerszijden met zitplaatsen voor de toeschouwers voorzien was,
hield men wedrennen met paarden en wagens. In den regel waren de
wagens bespannen met twee paarden, maar men leest ook wel van