Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
waarin twee groote overeindstaande leeuwen uitgebeiteld zijn. Waarom
die Leeuwenpoort — zoo noemt men haar doorgaans — merkwaardig
is? Omdat ze ons het oudste staaltje te aanschouwen geeft van de
beeldhouwkunst der Grieken, die later zulk een hoogen trap van vol-
komenheid zou bereiken. Zijn we eenmaal de poort binnengetreden,
dan zien we ons aan alle zijden omringd door geweldige brokken van
dergelijke cyclopen-muren, als we zooeven beschreven.
Toen we den heuvel beklommen, om de oude muren van naderbij
te bezien, hebben we op onzen weg eene kleine verhevenheid ontdekt,
die we thans nog wat nader willen beschouwen. Ze ligt op een duizend
meter afstand van de muren van den burcht. De tegenwoordige be-
volking noemt haar het graf van Agamemnon en meent, dat die
beroemde held uit den Trojaanschen oorlog daar begraven ligt. Maar
de geleerden spreken van de schatkamer van Atreus en ge-
looven, dat het de plaats was, waar genoemde koning van Mycene —
•de vader van Agamemnon — zijne schatten bewaarde. Zulke schat-
kamers heeft men meer gevonden. Deze evenwel is zeer merkwaardig
■door haren bouw en hare groote afmetingen. Eene poort, niet ongelijk
aan die, welke we zooeven beschreven, geeft toegang tot het inwendige
van de verhevenheid, dat uit groote steenen is opgebouwd in den vorm
van een bijenkorf. Hoe reusachtig de afmetingen zijn van het geheel,
kan blijken uit de omstandigheid, dat de steen, die over de beide
deurposten heenligt, ruim 27 voet lang en meer dan 3 voet dik is,
terwijl zijne breedte 17 voet bedraagt, 't Geheele gebouw is van binnen
15 meter hoog. Uit de bijenkorfachtige ruimte voert eene andere deur
in een zijvertrek, dat in de rots is uitgehouwen.
Het aanwezig zijn van deze oude overblijfselen deed eenen Duitschen
geleerde, Dr. Schliemann, vermoeden, dat het een dankbaar werk
zou zijn, om op deze plaatsen opgravingen te doen. Hoogst waar-
schijnlijk zou er dan nog wel het een en ander aan het licht komen,
dat opheldering gaf over de levenswijs en de ontwikkeling van de
menschen, die eenmaal deze streek bevolkt hadden. En zóó was het.
In het jaar 1876 begon Schliemann te graven, en daardoor bracht
hij eene menigte bijzonderheden aan het licht. Het merkwaardigst van
alles wat hij vond, waren verschillende graven en daarin geraamten