Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
van dezen god, zeggen, — maar dat laat ik me niet wijs maken —,
dat de god zelf den tempel bezoekt en dan op het bed uitrust.
Nog is in dit heiligdom te Babyion beneden een andere tempel,
waarin een groot beeld zit van Bel, van goud, waarvoor eene groote
gouden tafel staat, en welks troon en voetbank eveneens van goud zijn.
En buiten den tempel staat een altaar van goud. Daarop verbranden
de priesters jaarlijks duizend talenten (een talent is ongeveer 2500 gl.)
wierook, als ze het feest van hunnen god vieren. Ook stond vroeger
op deze heilige plek nog een standbeeld van twaalf ellen hoog van
massief goud. Dat heb ik echter niet gezien, en ik vertel maar, wat
de priesters zeggen" ....
Tot zoover onze oude geschiedschrijver. Den toren van Bel, waarvan
hij spreekt, meent men weer gevonden te hebben in de puinhoopen
op den rechter oever, waarvan ik u iets mededeelde. En ook van den
koningsburcht in het andere gedeelte der stad heeft men sporen ge-
vonden. Want op de tichelsteenen, die men er in menigte ontdekt
heeft, staat telkens in spijkerschrift de naam van Nebukadnezar,
een der machtigste koningen van Babyion.
In den tijd, waarin Herodotus leefde, was de stad dus nog zeer
aanzienlijk en de landstreek bloeiend. De Perzische koningen, die
Babyion aan hun gebied onderworpen hadden, hadden er zelfs menige
verbetering aangebracht. Zoo had C y r u s, de veroveraar van Babyion ,
een' grooten weg laten aanleggen langs den Eufraat naar de stad. Op
verschillende punten van dien weg bevonden zich huizen van baksteen,
stations als 't ware, waar ook de vreemdelingen hunnen intrek konden
nemen. Ja, er bestond sedert koning Cyrus een geregeld verkeer van
postboden in het Perzische rijk. Op ieder station vond de renbode
iemand, die zijne brieven overnam en die dadelijk klaar stond, om ze
verder te brengen. Bij den koningsburcht, waarvan ik u zoo aanstonds
vertelde, was nog een ander grootsch werk te zien. De menschen in
de oudheid vonden het zoo prachtig, dat ze het een der „zeven won-
deren der wereld" noemden: ik bedoel de hangende tuinen. Dat
was een prachtig park, dat, zooals ge begrijpen zult, wel niet in
de lucht hing, maar dat toch geheel aangelegd was op muren, die
met steenen platen bedekt waren, op welke genoeg aarde was aange-