Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
Wanneer men tegenwoordig de oevers van den Eufraat bezoekt,
ontdekt men in de nabijheid van het onbeduidende plaatsje Hillah
de overblijfselen van de eens zoo machtige stad B a b y 1 o n, waarvan
we in de vorige les spraken. De voornaamste ruïne, die ons oog treft,
is een 72 meter hooge heuvel van zand en tichelsteenen, die terras-
vormig oploopt. Hij ligt aan den rechteroever der rivier. Maar ook op
den linkeroever heeft men puinhoopen gevonden en tichelsteenen met
opschriften opgegraven; want daar de streek geen steen en slechts zeer
weinig hout opleverde, waren de Babyloniërs wel verplicht hunne
huizen en bouwwerken van gebakken steen te metselen. Dat is ook de
oorzaak, dat er zoo weinig van overgebleven is. Toch zijn de opschrif-
ten, welke zoowel daar als elders, o. a. op de plaats van het oude
Niniveh gevonden zijn, aanleiding geweest, dat vele nieuwe bijzonder-
heden ook uit de geschiedenis dier overoude tijden aan de heden-
daagsche geschiedvorschers bekend, andere reeds bekende bevestigd zijn
geworden of nader toegelicht. Ook hier hadden zij de moeilijkheid te
overwinnen, die de ontcijfering opleverde van een volkomen onbekend
schrift (spijker- of wigschrift).
De bewoners van Babyion, die twee groote rivieren en de zee in
hunne nabijheid hadden, kwamen er evenals de Phoeniciërs al vroeg
toe, zich op handel en nijverheid toe te leggen. Maar ze verwaar-
loosden ook den landbouw niet Zoo werden ze een rijk volk, dat
in de oudheid bij al zijne buren bekend stond om zijne weelde en
om de ondeugden, die daarvan niet zelden het gevolg zijn. Hunne
nijverheid had een' vrij hoogen trap van ontwikkeling bereikt: de
Babylonische tapijten waren beroemd om hunne schoone patronen en
schitterende kleuren. Bovendien vervaardigden ze allerlei voorwerpen
van weelde en velerlei sieraden, die door hunnen handel, ook door ■
middel van de Phoeniciërs, overal verspreid werden. De natuur, die
de besproeiing der akkers bevorderde, omdat het daar zelden regende,
maakte van de Babyloniërs evenals van de Egyptenaren goede water-
bouwkundigen. 't Graven van kanalen, 't bouwen van bruggen en
sluizen, het aanleggen van waterleidingen verstonden ze zeer wel. Ook
leidde, evenals in Egypte, deze arbeid vanzelf tot de beoefening der
meetkunde, gelijk de wisseling der jaargetijden tot het nauwkeurig
VAN DUYL, Gesch. I. 2e druk. 3