Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
lands tusschen de bergen van den Libanon en de golven der Mid-
dellandsche zee kan de bakermat heeten van het handelsverkeer tusschen
de drie werelddeelen, die men gewoon is gezamenlijk de Oude
Wereld te noemen.
Wanneer een of ander land in het verkeer eene belangrijke rol zal
vervullen, dan moet het in de eerste plaats eene ligging hebben, die
het daarvoor geschikt maakt. Dat was in hooge mate het geval met
Phoenicie. Als ge de kaart een oogenblik ter hand neemt zult ge
merken, dat het zich uitstrekte op eene plek, waar drie aanzienlijke
werelddeelen Europa, Azie en Afrika elkander naderen; dat het in
de nabijheid van Egypte en niet ver van de op alle punten toegan-
kelijke kust van Griekenland ligt, waarmede Azie door eene reeks van
eilanden als verbonden is. Verder konden de Phoeniciërs over land
gemakkelijk de Roode Zee en de Perzische Golf bereiken, die als
't ware weer van zelf den weg wezen naar het weelderige Indie, dat
reeds in oude tijden beroemd was om zijne rijke en menigvuldige
voortbrengselen.
De handel van de Phoeniciërs was dan ook gedeeltelijk zeehandel
en gedeeltelijk karavaanhandel. Over zee stonden ze in betrekking
met de meeste landen om de Middellandsche zee; ja, ze zijn zelfs de
zeeëngte doorgezeild, die Spanje van Afrika scheidt, en ze hebben
hun geluk beproefd op de kusten van den Atlantischen Oceaan.
Vooreerst bezochten ze de eilanden en het vaste land van Grieken-
land. Zij verspreidden er de producten van hun eigen landbouw (wijn)
en van hunne eigene nijverheid, die op een' vrij hoogen trap van ont-
wikkeling stond en die zich voornamelijk bezighield met het weven
van fijne stoffen, het verven van die stoffen met schoone purperkleuren,
die zij uit de purperslak trokken, het vervaardigen van sieraden van
ivoor, barnsteen en glas, van goud en zilver. Maar bovendien leverden
zij aan de bewoners van Griekenland de voortbrengselen van Assyrische
en Egyptische kunst en verder alles, wat het Oosten hun toevoerde.
Men zou moeilijk eene volledige opsomming kunnen geven van alle
artikelen, die in den handel der Phoeniciërs voorkwamen. Al wat hun
eigen land en ook vreemde streken ter bevrediging der talrijke levens-
behoeften voortbrachten; al wat de weelde en de mode bij verschillende