Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
stellen, dat de oudste menschen de bevrediging hunner meest dringende
behoeften in hunne onmiddellijke nabijheid zochten. Ze namen, wat de
natuur opleverde, om hunnen honger te bevredigen en hunnen dorst
te stillen; ze kleedden zich, waar dat noodig was, met de voorwerpen,
die de natuur geschikt maakte, om tot bedekking te dienen. Maar heel
lang bleven ze zeker niet op zulk een' lagen trap van ontwikkeling staan.
Zoodra ze zich toelegden op het temmen van de dieren, die hun van
nut konden zijn, zoodra ze de planten opzettelijk aankweekten, die
tot voedsel moesten dienen, met één woord, zoodra ze zich aan vaste
woonplaatsen bonden en den arbeid begonnen te verdeelen, kwamen
er nieuwe en steeds meerdere behoeften, die niet altijd op de plek zelve,
waar ze zich bevonden, hare bevrediging konden vinden. Ze moesten
van hunne buren halen, wat ze zeiven misten; ze gingen aan hunne
buren brengen, wat deze niet bezaten. Want slechts tusschen volken,
die elkander op de eene of andere manier kunnen helpen aan dingen,
die ze ieder afzonderlijk missen, kan een levendig verkeer ontstaan.
De handel is dan ook inderdaad zeer oud. Zelfs in het steentijdperk,
waarvan we vroeger spraken, moet er een zeker verkeer bestaan hebben
tusschen sommige volken van Europa onderling en tusschen deze en
de bewoners van Azie. Want onder de steenen, die men vindt, zijn
er, die wel in Azië, niet in Europa thuis behooren.
Een zeer belangrijk middelpunt van den wereldhandel is te allen tijde
de Middellandsche zee geweest. De ontdekking van den zeeweg naar
Indië door de Portugeezen en die van Amerika door Columbus heeft
zonder twijfel voor den handel eenen wijderen kring geopend; maar
toch is de Middellandsche zee nog altijd voor een groot deel der
beschaafde wereld een voornaam middelpunt van verkeer gebleven. Ze
was het belangrijkste middelpunt in den ouden tijd, toen men van
de Nieuwe Wereld nog niets wist. Aan de Middellandsche zee ont-
moetten de volken van het Oosten en het Westen elkander. Het
Noorden en het Zuiden reikten daar elkander de hand. Aan hare
«evers bloeiden in de verst verwijderde tijden groote marktplaatsen;
hare baren werden reeds in vroege eeuwen gekliefd door de schepen
van Phoeniciërs en Grieken van Romeinen en Karthagers.
Van de Phoeniciërs in de eerste plaats. Want hunne smalle strook