Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
zijne dooden niet. Wanneer hij zijne gestorvene betrekkingen de oogen
had toegedrukt, voerde hij ze naar den overkant, naar de doodenstad,
in het gebouw, waar ze gebalsemd moesten worden, en later in hunne
laatste rustplaats. Verder zorgde hij er voor, op bepaalde tijden de
gebruikelijke offers bij hun graf te brengen, bestaande in vleesch en
gevogelte, dranken en welriekende oliën, groen en bloemen. Noch bij
de begrafenis, noch bij het brengen van die offers mochten de priesters,
de dienaren der goden, ontbreken. Zoo kwam het, dat in de tempels
van de doodenstad groote priestergenootschappen samenwoonden en in
de nabijheid der gebouwen, die vpor het balsemen bestemd waren,
zich verschillende huizen verhieven van de menschen, wier taak het
was, de treurige plechtigheid te verrichten. Daar het bij de Egyptenaren
voor eene groote zonde gold, een lijk te schenden, en het bij het
balsemen toch niet wel ging het lichaam onaangeroerd te laten, was
het openen en zuiveren der lijken opgedragen aan eene verachte klasse
van menschen, die men Parasjieten noemde en die als onrein
werden beschouwd.
Het ontbrak in de nabijheid van de doodenstad ook niet aan fabrieken
en werkplaatsen. Hier werden steenen en houten doodkisten vervaardigd
of linnen zwachtels, waarmede men de mummiën omwikkelde; daar
verkochten kooplieden specerijen ^ bloemen, vruchten, groente en gebak.
Runderen, gazellen, geiten, ganzen en ander pluimgedierte werden op
afgesloten weideplaatsen gemest, en de rouwdragenden begaven zich er
heen, om onder de leiding van eenen priester de voor rein verklaarde
offerdieren uit te zoeken en met het heilige zegel te laten voorzien.
Velen kochten bij de slachtbanken slechts kleine stukken vleesch. De
armen kwamen niet eens zoo ver. Zij gebruikten tot hetzelfde doel
gebak in den vorm van dieren, dat zinnebeeldig de voor hen te dure
runderen en ganzen vertegenwoordigde. In de fraai ingerichte winkels
zaten priesters, die bestellingen aannamen op papyrusrollen, die men
in de tempels beschreef met vrome spreuken en die aan de dooden in
het graf werden meegegeven. Des avonds, wanneer de doodenstad in
nachtelijke stilte was gehuld, kwamen soms gansche scharen jakhalzen
hunnen dorst lesschen in den stroom. Het was streng verboden deze
bezoekers te verjagen: ze golden voor heilige dieren en ze waren ook