Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
digen tijd teruggevonden, en in menig museum van Europa kan men
mummiën — zoo noemt men de gebalsemde en in zwachtels gewik-
kelde lichamen — te zien krijgen. In het museum te Boulacq bij Cairo
kan men zelfs nog de mummiën aanschouwen van verschillende be-
roemde Egyptische koningen, die voor eeuwen het land beheerschten,
waaronder bijv. Ramses II, die ruim 1300 jaar vóór onze jaartelling
regeerde. In de nabijheid van de plaats, waar eenmaal Th ebe lag, vindt
men aan den westelijken Nijloever eene gansche doodenstad: over eene
groote uitgestrektheid zijn de rotsen uitgehouwen tot grafkamers, die
de oudheidkundigen in de laatste tijden vlijtig doorzocht hebben en
waar ze nienige vondst gedaan hebben, die meer licht heeft verspreid
over alles, wat met het leven en bedrijf der oude Egyptenaren in
verband staat. Laat ons een oogenblik luisteren naar de beschrijving,
die een hunner geeft van de doodenstad van Thebe , zooals ze er
moet uitgezien hebben, toen die stad nog de zetel was van de machtige
Pharao's, van de koningen van Oud-Egypte.
Op den rechteroever van den Nijl strekten zich de straten uit van
de beroemde residentie der Pharao's. Dicht aan den stroom stonden de
kolossale, bont beschilderde tempels; daarachter, op geringeren afstand
van de oostelijke bergen, ja zelfs tot aan den voet dier bergen toe, de
paleizen der koningen en aanzienlijken, terwijl een groot aantal hooge
en smalle burgerwoningen dicht opeengedrongen een net van straten
vormden, waarin een bont gewoel heerschte.
De westelijke Nijloever daarentegen gaf een geheel ander beeld te
aanschouwen. Ook hier ontbrak het niet aan statige gebouwen en be-
drijvige menschengroepen. Maar de afgemetene, bijna plechtige drukte
aan deze zijde stak scherp af tegen het vroolijke gewoel aan den over-
kant. Wanneer men zijne blikken opsloeg naar de oostelijke helling van
de rotsen, die de vlakte in het westen begrensden, dan ontdekte men
honderden geslotene poorten, die nu eens geheel afzonderlijk lagen,
dan weer in gansche rijen naast elkander zich uitstrekten. Vele daarvan
bevonden zich aan den voet der rotsen, andere hoogerop, nog andere
op eene vrij aanzienlijke hoogte. Dat waren de rotsgraven van de doo-
denstad van Thebe. Dat ook weder hier eene zekere bedrijvigheid
heerschte, moet ons niet verwonderen. Want de Egyptenaar vergat