Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
woorden, die wij gebruiken en van zinnen, waarin wij onze gedachten
kleeden. Dat is toch zoo.
Vroeger lette men daar minder op. Maar de menschen worden hoe
langer hoe wijzer, en als ze tegenwoordig eene kleinigheid ontdekken,
die ze meenen te kunnen gebruiken, om achter eene groote waarheid
te komen, dan brengen ze die dikwijls zóó te pas, dat er licht ont-
staat, waar 't vroeger donker was. Zoo heeft men bijvoorbeeld opge-
merkt, dat de meeste volken van Europa in hun' taalschat eene
menigte woorden en uitdrukkingen bezitten, die in den grond der zaak
zóó weinig van elkander verschillen, dat men ze oorspronkelijk als
gelijk kan beschouwen. Zie, zoo zeggen wij bijvoorbeeld vader,
waar de Romeinen pater zeiden, waar de Franschen nog père, de
Duitschers vater en de Engelschen fat her zeggen. Die woorden
gelijken alle meer of minder op elkander, niet waar? Ge behoeft nog
geene vreemde talen te kennen, om dat te zien. Maar niet alleen met
(lat ééne woord is dit het geval; met vele andere is het eveneens
gesteld. Toen men daar opmerkzaam op werd, kwam men op de ge-
gedachte , dat de verschillende natiën, die zich van bijna gelijke woorden
bedienden, om dezelfde dingen uit te drukken, wel iets met elkander
hadden uit te staan, dat ze, om 't zoo eens te zeggen, oorspron-
kelijk familie van elkander waren. Dat was vrij natuurlijk. En door te
vergelijken en te onderzoeken is men daarop tegenwoordig tot de
volgende uitkomst gekomen.
Bijna alle volken, die ons werelddeel bewonen, zijn min of meer
met elkander verwant. Ze zijn van denzelfden oorsprong, ze hebben in
den beginne — heel in den beginne namelijk — maar één volk uit-
gemaakt en maar één land bewoond. Waar we dat land moeten zoeken ?
Volgens de bijna algemeen aangenomen meening in Middel-Azië, op
de hoogvlakte van Pa mir, in de nabijheid van de bronnen van de
beide rivieren, die zich in het meer Aral uitstorten. Van daar uit
zijn |op verschillende tijden groote afdeelingen menschen naar onder-
scheidene deelen van Azië en Europa verhuisd. Ze zijn in den loop
der eeuwen van elkander vervreemd en hebben menige eigenaardigheid
aangenomen, die tegenwoordig een punt van wezenlijk verschil uit-
maakt. Maar ze hebben toch ook zooveel gemeenschappelijke kenmerken