Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
is bij een vuur van takkebosschen bezig den pot te koken. Ze heeft
een kleed aan van wit linnen, dat armen en hals onbedekt laat. En
ziet ge daar voor de hut dien stevigen man zitten, die bezig is met
eenige wapenen te onderzoeken, welke naast hem op den grond liggen.
Hij heeft eene dierenhuid omgeworpen, die zijnen rechterarm vrijlaat
en |die op den linkerschouder met een scherpen doorn of eene gesp
is bevestigd. Om zijn middel draagt hij een' gordel. Ge kunt wel zien,
dat het een krachtige knaap is: uit zijne helderblauwe oogen spreekt
moed en verstand. De wapenen, die hem omringen, kunnen in zijne
krachtige handen gevaarlijk worden voor zijne vijanden. Daar ligt een
boog met eenige pijlen; verder een schild en een stok met een ijzeren
punt voorzien, die in den krijg of op de jacht als lans en werpspies
dienst moet doen. Hij is niet altijd even kalm als op dit oogenblik:
dat zullen de Romeinsche soldaten wel anders ondervinden, als zij hem
op het slagveld ontmoeten. Maar ook in vredestijd kan hij verschrik-
kelijk worden. Vooral als hij te veel gedronken heeft; want het is eene
ondeugd van de Germanen, dat ze zich bij hunne feestgelagen te veel
overgeven aan het genot van een soort gerstedrank en aan het dob-
belspel. Zijn ze eenmaal door den drank verhit, dan zetten ze zelfs
hunne vrouw en hunne kinderen, ja, hunne eigene vrijheid op het spel.
Hunne vrijheid: want niet alle mannen zijn vrije mannen. De over-
wonnen bewoners van de landstreken, waar zij zich vestigen, worden
hoor igen, dat wil zeggen ze krijgen van hunne beeren een stuk land
in gebruik, maar moeten hun allerlei diensten bewijzen en zelfs een
deel van de opbrengst van hunne akkers afstaan. Bovendien hebben ze
geen enkel van de rechten, |die een vrij man bezit: ze mogen geene
wapenen dragen, ze kunnen niet in de volksvergadering hunne stem
uitbrengen, ze kunnen voor den rechter niet als aanklager of als getuige
optreden. Maar nog veel ongelukkiger zijn de slaven of lijfeigenen,
meestal krijgsgevangenen. Ze staan volkomen gelijk met dieren en mogen
door hunne bezitters als zoodanig behandeld worden. Hun werkkring
is op het veld. De arbeid in het huisgezin wordt door de vrouwen
verricht. Meen niet, dat deze het in huis altijd bijzonder plezierig
hebben. Vooral in den oudsten tijd was het lot der Germaansche
vrouwen tamelijk hard. Eerst langzamerhand kwam daarin verbetering