Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
tusschen beide volken. Ze waren immers twee takken van den grooten
boom, die zijne wortelen had in 't hoogland van Midden-Azie.
Maar de tijd en de levenswijze, het klimaat en de woonplaats hadden
zulke veranderingen teweeg gebracht, dat men in den fijn gekleeden,
zwartharigen Romein met zijne beschaafde manieren en den ruwen
Germaanschen strijder met zijne hoogblonde -lokken en zijn beestenvel
om de forsche schouders moeilijk bloedverwanten zou hebben kunnen
herkennen. Hoe en wanneer de Germanen uit Azië waren getrokken
en in welken tijd ze bezit genomen hadden van de woonplaatsen, waar
de Romeinen hen vonden? Dat wisten ze toen zelf al niet meer,
zoovele eeuwen was het geleden. Maar dit wisten ze wel, dat ze af-
keerig waren van de Romeinsche heerschappij en dat ze, al mochten
ook enkele hunner broederen den nek buigen onder het vreemde juk,
niet van plan waren de vreemdelingen in hunne bosschen en op hunne
vlakten te dulden. Meermalen ondervonden de Romeinen, hoe krachtig
de Germanen zich wisten te verdedigen, als het hunne vrijheid gold.
Maar deze laatsten wisten nog meer: ze leerden dat althans mettertijd
zien. Ze merkten, dat het groote Romeinsche rijk achteruitging; ze
voelden wel, hoe die uiterlijke glans en die weelde niet langer gepaard
gingen met inwendige kracht. En zoo kwam er een tijd, dat de Ger-
manen , die een krachtig volk waren en die zich meer en meer uit-
breidden, behoefte kregen aan nieuwe woonplaatsen en begeerig werden
naar de heerlijkheden van het Romeinsche keizerrijk. En toen de
Romeinen hun eenmaal zelf den weg daartoe gebaand hadden door
Barbaren in hunne legers op te nemen, begonnen de Germaansche
legerhoofden te Rome den baas te spelen. En de volksstammen van
Duitschland drongen al dieper en dieper het verzwakte rijk binnen, ze
vestigden zich op verschillende punten, ze stichtten er rijken, zoodat ten
laatste de geheele heerschappij der Romeinen vernietigd was en in plaats
daarvan een nieuwe toestand in het leven getreden. Er was een nieuw
tijdperk in de geschiedenis geopend, waarin de Germanen eene hoofdrol
gingen vervullen. Maar, zóó machtig is de invloed der beschaving, de
overwinnaars namen veel over van de overwonnenen: in taal, in weten-
schap en kunst, in wetten en rechtsinsteUingen is de geest der Romeinen
voor een deel althans nog voort blijven leven in de Germaansche