Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
duidelijk aanwezen, dat ze door menschenhanden vervaardigd waren:
potten, wapenen, gereedschappen; maar hunne spaden stieten ook op
eene menigte palen, die op eene regelmatige wijze in den bodem van
het meer naast elkander stonden. Waartoe die palen gediend hadden?
Men kwam al spoedig op het denkbeeld, dat het de fondamenten
waren van woningen, die in zeer oude tijden tot verblijf moesten
gestrekt hebben aan de menschen, wier werkzaamheid men nog kon
herkennen in de vele voorwerpen, die met de palen aan het licht
kwamen. Hier had men dus te doen met de overblijfselen van eene
menschenwereld, die wie weet hoevele jaren reeds vóór de onze in
Europa had bestaan. Ja, wie weet hoevele jaren! Geen honderden,
maar duizenden. Want ook tlat heeft men zoo tennaastenbij trachten
te bepalen, ofschoon ge wel begrijpen zult, dat die cijfers voor een
groot deel op gissingen steunen. Laat ik u eerst zeggen, dat men ook
in andere meren van Zwitserland paalwoningen ontdekt heeft, en niet
alleen daar, maar in de meren van Italië, in Pommeren en Mecklen-
burg, in Frankrijk heeft men ze gevonden.
In de buurt van het meer van Genève heeft men den bodem nauw-
keurig onderzocht. Men vond bij gelegenheid van den aanleg van
eenen spoorweg onder het graven drie lagen aarde, die uit vergane
planten waren ontstaan, een bewijs, dat ze eenmaal den bovengrond
in die streek hadden gevormd. De eerste laag, die op eenige voeten
onder den beganen grond werd ontdekt, bevatte overblijfselen uit den
tijd der Romeinen. Men kon dus vrij nauwkeurig nagaan, hoeveel
eeuwen er verloopen waren, sedert die laag met de tegenwoordige
aardkorst was bedekt. Want de Romeinen zijn een volk, waarvan men
met zekerheid kan zeggen, wanneer het bestaan heeft.
Door vergelijking kon men dus nu tennaastenbij bepalen, hoeveel
tijd er noodig geweest was,^ om de beide andere lagen te bedekken.
De man, die zich met dat onderzoek bezighield, kwam tot het
besluit, dat er wel vijfduizend jaren en waarschijnlijk nog meer ver-
loopen waren, sedert de onderste der drie lagen de oppervlakte van
de aarde had uitgemaakt. In die laag nu werden de overblijfselen
gevonden, die aan menschen herinnerden. Op dezelfde wijze ongeveer
heeft men berekeningen gemaakt omtrent den ouderdom althans van