Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
schillende slaven druk aan het werk. De één is bezig met het afschrijven
van de verzen van een Grieksch dichter; de ander lijmt papyrusstrooken
aan elkander of schrijft den titel op een nieuw vervaardigde rol; een
derde wacht tot zijn meester hem roept, om de eene of andere inval-
lende gedachte of wel een pas gemaakt vers, dat hij hem voorzegt, op
te schrijven. De huisheer zelf ligt op het rustbed en heeft op zijne
knieën een boek of een schrijfbord. Daar roept hij een' anderen slaaf.
Dat is de man, die zijne brieven moet schrijven. Hij verstaat zoowel
Grieksch als Latijn en kan in beide talen correspondeeren. Hoe
zoo'n brief er uit ziet? Let maar goed op: de slaaf komt met een
dubbel schrijfbordjé van hout of ivoor, welks binnenzijden met
was zijn bestreken. Bovendien heeft hij in de hand een stift, waar-
mede hij de letters in het was zal griften. Als de brief klaar is»
legt hij de plankjes tegen elkander, (ze hebben een uitstekenden
rand, zoodat de wasvlakten niet op elkander komen te hggen,)
omwindt ze kruiselings met eenen draad en legt op de plaats, waar de
knoop zit, een stukje was. De heer neemt zijnen zegelring en drukt
dien er in af.
Wie nu die brieven bezorgen moet? Ja, dat gaat niet zoo gemak-
kelijk als bij ons. Want een brievenpost bestaat er niet. Augustus
heeft wel koeriers aangesteld, die de bevelen van den keizer en
zijne stadhouders naar verschillende deelen van het rijk moeten
overbrengen; maar die gelegenheid is alleen beschikbaar voor de amb-
tenaren van den staat. Onze man zal zijne brieven wel moeten laten
bezorgen door zijne slaven, die daar opzettelijk voor gehouden worden,
of hij moet wachten, tot een of ander goed vriend op reis gaat naar
de stad, waarvoor ze bestemd zijn. Dan kan die ze meenemen.
Men heeft te Rome ook boekverkoopers. Deze hebben in hunne
winkels verschillende personen aan het werk, die de boeken daar moeten
afschrijven. Dat er op die wijze vrij wat fouten insluipen, laat zich
begrijpen. Nu zult ge wellicht meenen, dat de boeken te Rome duur
zijn, omdat men ze moet laten afschrijven en omdat men ze niet zooals
wij door den druk gemakkelijk kan vermenigvuldigen. Dat is toch niet
het geval. Als men af mag gaan op enkele gezegden van schrijvers
omtrent dat punt, moeten ze er zelfs zeer goedkoop zijn. Vandaar dan