Boekgegevens
Titel: Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Auteur: Duijl, C.-F. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3530
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200556
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis: een leesboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
nieuw een varken binnengebracht, dat evenals de ever in zijn geheel
is toebereid. Maar, zou de kok vergeten hebben het schoon te maken
en van zijn ingewand te berooven? Waarlijk, dat zou toch al te wal-
gelijk zijn. Zie, zijn meester gebiedt hem het varken den buik te openen.
Ééne goed aangebrachte snede, en daar komen aan alle zijden uit de
opening geurige worsten te voorschijn. Nu, 't is aardig; maar we zullen
er maar niet van eten, uit vrees onze maag te overladen. Is het
nog niet gedaan? Men brengt op nieuw spijzen binnen: pauwen,
fazanten, ganzelevers en zeldzame visschen. Eindelijk komt het dessert,
want dat hebben we ook nog te wachten. En terwijl men het opdraagt,
hooren we boven ons hoofd eenig gedruisch. We zien op, de zolder
gaat open en een groote zilveren hoepel daalt naar beneden. Daaraan
hangen fleschjes van albast en van edel metaal, gevuld met welriekende
oliën, kransen en ringen: dat zijn cadeautjes voor de gasten. En nu
het dessert. Er is aan zoetigheid geen gebrek en ook aan het gebak
heeft de kok al zijne kunst besteed. Koeken en taarten van allerlei vorm,
gevuld met allerlei lekkers, verschillende fijne vruchten worden ons
rondgediend. Én bij dat alles heeft de gastheer ook nog op eene andere
wijze voor ons vermaak gezorgd, door eenige kunstenaars en tooneel-
spelers te huren, die hunne vertooningen in het andere einde der zaal
geven. We zijn dubbel voldaan en we verlaten de tafel, om een bad
te gaan nemen of eene wandeling in den tuin te gaan maken. Straks
zal het feest voortgezet worden in eene andere zaal; maar dan wordt
er alleen gedronken. We hebben daarvan te Athene al genoeg gehad
en we verlaten dus liever onzen gullen gastheer.
't Behoeft u niet te verwonderen, dat gastmalen als dat, hetwelk wij
zooeven in onze verbeelding bijwoonden, een aardig sommetje geld
moesten kosten. Nu, de meeste aanzienlijke Romeinen konden het goed
betalen: dat heb ik u vroeger al verteld. Maar 't is toch wel een bee^e
kras, als we bijvoorbeeld lezen, dat, toen een paar Romeinsche heeren
onverwacht een bezoek aflegden bij een hunner vrienden en ze onvoor-
ziens werden genoodigd te blijven eten, deze een maal het opdisschen,
dat hem bijna 18000 gulden kostte! Hoe moest het dan wel zijn bij
een feest, dat met alle praal en luister vooraf was bepaald.
Evenals de Grieken bedienden de Romeinen zich bij den maaltijd