Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hl
Rhenish wine.
French wine.
Beer.
Brandy.
Gin.
Rum.
Liquors.
Punch.
Tea.
Ice,
Milk.
Fruit for the table.
An apple.
A pear.
A plum.
A cherry.
Grapes.
An orange.
A sweet orange.
A lemon.
Strawberries.
Nuts.
Chestnuts.
Almonds.
Rijnwijn.
Fransche wijn.
Bier.
Brandewijn.
Jenever.
Rum.
Likeur,
Punsch.
Thee.
Us.
Melk.
Ooft, vruchten.
Een appel.
Eene peer.
Eene pruim.
Eene kers.
Druiveu.
Een oranjeappel,
Een sinaasappel,
Een citroen.
Aardbeziën.
Noten.
Kastanjes.
Amandelen.
The valley. Het dal.
The wood. Het woud.
A garden. Een tuin.
A lake. Een meer.
Straw. Stroo.
Hay. Hooi.
Corn. Graan, koren.
AVheat. Tarwe.
Rye. Rogge.