Boekgegevens
Titel: Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: gebr. Binger, 1857
2e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3423
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Do you speak English? (Spreekt gij Engelsch?) of De nuttigste en noodzakelijkste Engelsch-Nederduitsche gesprekken en zegswijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
The oil. De olie.
Vinegar. Azijn.
The salt. 1 ' Het zout.
The pepper. ; De peper.
Spices. Specerijen.
Ginger. Gember.
A nutmeg. Eene muskaatnoot.
Sugar. Suiker.
Honey. Honig.
The mustard. De mostaard.
The breakfast. Het ontbijt.
The dinner. Het middageten.
The supper. Boiled-meat. Het avondeten.
Gekookt vleesch (bouilli).
Roast-meat. i Gebraad. 1
Beef. ! Rundvleesch.
Veal. 1 Kalfsvleesch.
Mutton. i Lams vleesch.
Pork. Varkensvleescli.
A ham. Ham.
Sausage. Worst.
The butter. De boter.
The bread. Het brood.
The cheese. De kaas.
An egg. Een ei.
Potatoes. Aardappelen.
Cabbage. Kool.
Peas. , Erwten.
Pickled cabbage. Zuurkool.
Cucumbers. Komkommers, agurken.
Wine.
White wine.
Red wine.
Wijn.
Witte wijn.
Roode wijn.